Digitale soevereiniteit is geen abstract theoretisch begrip meer. Het staat steeds hoger op de agenda van beleidsmakers wereldwijd. Waar het twintig jaar geleden vooral ging om nationale firewalls en basisregels voor privacy, draait het vandaag om cloudinfrastructuur, softwarestacks, AI-beleid en een bredere autonomie ten opzichte van dominante Big Tech-spelers.
TEKST: SANDER HULSMAN BEELD: ENVATO
Digitale soevereiniteit is het vermogen van een land om digitale infrastructuren, data en systemen onder eigen controle te houden. Wij brachten verschillende Europese landen in kaart. In dit overzicht onderzoeken we hoe de verschillende landen en regio’s hun digitale soevereiniteit vormgeven. Per land beschrijven we de belangrijkste initiatieven, achtergrond en uitdagingen. Ook kijken we nog even buiten de Europese grenzen.
In België heeft de beheerder van de .be-domeinen, DNS Belgium, een migratie aangekondigd van Amazon Web Services (AWS) naar een Europese cloudprovider. Deze stap is ingegeven door geopolitieke overwegingen en de wens om minder afhankelijk te zijn van niet-Europese infrastructuren, met behoud van juridische naleving van Europese regels.
Door deze migratie, gepland vanaf 2027, wil België een concreet voorbeeld stellen van een kritieke digitale infrastructuur die onder Europese regie valt. De beslissing is ook onderdeel van een bredere discussie onder Belgische CIO’s over technologisch leiderschap en risicoreductie in digitale tooling.
België vertegenwoordigt met deze stap een benadering gericht op infrastructuursoevereiniteit, in lijn met bredere EU-initiatieven zoals DNS4EU (een EU-initiatief voor een eigen DNS-resolverdienst) die buiten nationale initiatieven ondersteund worden.

Denemarken is in 2025 één van de meest besproken Europese landen als het gaat om concrete stappen richting digitale autonomie. Het ministerie van Digitalisering kondigde aan dat zij de mainstream Microsoft-software gaan vervangen door open source-alternatieven zoals LibreOffice en mogelijk Linux-systemen, in het kader van een nieuwe digitaliserings- en soevereiniteitsstrategie.
De verandering geldt specifiek voor het ministerie zelf en vormt deel van een breder plan waarin Denemarken het gebruik van dominante Amerikaanse technologieën vermindert om controle over data en processen te versterken. Volgens lokale media en internationale verslaggeving is het onderdeel van een vierjarenplan waarin digitale soevereiniteit expliciet wordt opgenomen.
Ook twee grote Deense gemeenten, Kopenhagen en Aarhus, zijn deze trend gevolgd door hun afhankelijkheid van Microsoft-ecosystemen te verminderen. Dit illustreert dat dit beleid niet alleen op nationaal niveau leeft maar ook lokaal steun krijgt.
Belangrijke elementen van Denemarken’s aanpak:
Denemarken staat daarmee model voor een pragmatische Europese benadering: het gaat niet over digitale isolatie, maar over controle over kerncomponenten van de digitale stack en risicobeperking bij externe afhankelijkheid.

De Duitse benadering van digitale soevereiniteit is minder uitgesproken dan die van Frankrijk (zie hierna), maar minstens zo structureel. In lijn met de federale staatsstructuur ontwikkelt het beleid zich gedecentraliseerd, met deelstaten en publieke instellingen die hun eigen keuzes maken. Dit vaak met een sterke nadruk op open source, transparantie en lange termijn stabiliteit.
Een sprekend voorbeeld is de deelstaat Schleswig-Holstein, die bewust kiest voor een open source-basis voor haar digitale infrastructuur. Besturingssystemen, kantoorsoftware en samenwerkingsplatformen worden vervangen door alternatieven die onder publieke controle staan. De motivatie is drieledig:
Op federaal niveau ondersteunt Duitsland initiatieven zoals het Sovereign Tech Fund, waarmee kritieke open source-bouwstenen financieel worden ondersteund. Het uitgangspunt daarbij is dat digitale soevereiniteit niet begint bij eindgebruikerssoftware, maar bij de fundamentele lagen van het internet en de software-stack.
In tegenstelling tot Frankrijk vermijdt Duitsland vaak geopolitieke taal. Digitale soevereiniteit wordt hier vooral geframed als verantwoord risicomanagement, passend bij publieke waarden, rechtszekerheid en duurzaamheid. Daarmee biedt Duitsland een model dat aantrekkelijk is voor landen en organisaties die soevereiniteit stap voor stap willen opbouwen, zonder radicale breuken met bestaande leveranciers.

Frankrijk behoort al jaren tot de meest uitgesproken Europese voorvechters van digitale soevereiniteit. Waar veel landen het thema benaderen vanuit compliance of risicobeheersing, plaatst Frankrijk digitale autonomie nadrukkelijk in het bredere kader van strategische, economische en geopolitieke onafhankelijkheid.
Een kernbegrip in de Franse aanpak is ‘cloud de confiance’. Dit concept draait niet alleen om datalocatie, maar vooral om juridische en operationele controle. Franse en Europese partijen, zoals Orange en Capgemini, bieden clouddiensten aan die technisch vergelijkbaar zijn met hyperscalers, maar die vallen onder Europees recht en governance. Hiermee probeert Frankrijk een middenweg te vinden: wel moderne cloudcapaciteit, maar zonder volledige afhankelijkheid van Amerikaanse aanbieders.
Daarnaast investeert de Franse staat actief in nationale AI-programma’s, cybersecurity-ecosystemen en digitale infrastructuur voor overheid en kritieke sectoren. Voor overheidsorganisaties en sectoren als defensie, gezondheidszorg en energie gelden strengere eisen rond datasoevereiniteit en leverancierskeuze. Niet zelden leidt dit tot bewuste uitsluiting van bepaalde cloud- of softwareoplossingen.
Frankrijk laat daarmee zien dat digitale soevereiniteit geen ideologisch doel op zich is, maar een instrument om nationale slagkracht, economische waarde en beleidsvrijheid te behouden. In Europese context fungeert Frankrijk vaak als aanjager van het debat, ook binnen initiatieven als Gaia-X en bredere EU-wetgeving.

Oostenrijk positioneert zich al langer, sinds circa 2020, als voorloper op het gebied van beleid voor open source en digitale soevereiniteit. Het Federaal Ministerie voor Economische Zaken heeft zijn digitale samenwerkingstools (zoals Nextcloud) uitgerold op eigen infrastructuur, en dit beleid is erkend als een model voor overheidstoepassingen die Big Tech-afhankelijkheid willen verminderen.
In Wenen is open source uitgangspunt bij gemeentelijk bestuur, met in het publieke domein voorbeelden van migratie van Big Tech-diensten naar lokaal beheerde systemen.
Oostenrijk illustreert een langetermijnstrategie van beleidsvorming die voortbouwt op open source en publieke regie voor software en data-diensten. Dit is een aanpak die verder reikt dan alleen tijdelijke beleidsacties of pilots.

Luxemburg heeft lessen gedeeld over digitale soevereiniteit, waarin het land zijn unieke positie als klein financieel en datagericht land benut om veerkrachtige en veilige digitale beleidspaden te ontwikkelen. Hoewel Luxemburg minder grootschalige nationale infrastructuurprojecten heeft aangekondigd, ligt de nadruk op juridische kaders, samenwerking en internationale partnerschappen.
Met beperkte marktgrootte maar een sterk internationaal financieel ecosysteem kan Luxemburg een rol spelen als knooppunt voor Europese digitale soevereiniteit; bijvoorbeeld in fintech en gereguleerde data-omgevingen.

Nederland werkt aan digitale soevereiniteit in Europees verband, maar de nationale beleidsactie heeft nog geen concrete implementaties op grote schaal opgeleverd zoals in sommige buurlanden. De Tweede Kamer heeft echter meerdere moties aangenomen die de regering oproepen om te werken aan een Nederlands Rijks-cloudplatform, risicoanalyses van afhankelijkheden van Amerikaanse techreuzen en het pleiten voor Europese infrastructuur.
Daarnaast is er samenwerking tussen België, Nederland en Luxemburg via de Benelux-overheid om gezamenlijke digitale kracht te bundelen en de afhankelijkheid van niet-Europese technologie te verminderen.
Nederland blijft daarmee met ambitie op beleidsniveau, maar combinaties van wetgeving, uitvoering en infrastructuurontwikkeling moeten nog concreet worden. Dit is een uitdaging die deels gedeeld wordt met andere EU-lidstaten.

In Zwitserland speelt digitale soevereiniteit vooral een rol binnen specifieke sectoren met hoge beveiligingsvereisten, zoals defensie. Het Zwitserse leger heeft verklaard dat Microsoft 365 niet acceptabel is voor defensiedoeleinden, omdat Amerikaanse clouddienstverlening onvoldoende garanties biedt voor bescherming van gevoelige documenten.
Hoewel Zwitserland geen grootschalige staatsbrede transitie naar Europese of open source-alternatieven aankondigt zoals in Denemarken of Oostenrijk, illustreert dit het sectorale spanningsveld tussen nationale veiligheid en buitenlandse clouddiensten.
Naast nationale initiatieven zijn er ook belangrijke EU-brede infrastructuur- en beleidsinitiatieven die digitale soevereiniteit vormgeven:
Deze initiatieven laten zien dat digitale soevereiniteit niet alleen een nationale aangelegenheid is, maar een collectieve inspanning vraagt op EU-niveau, waarin infrastructuur, regelgeving en samenwerking samenkomen.
Hoewel Europa momenteel het meest expliciet inzet op digitale soevereiniteit, is het thema wereldwijd in beweging. Buiten Europa zien we uiteenlopende benaderingen, variërend van strategische autonomie tot economische ontwikkelingsagenda’s.
In Afrika ontwikkelt digitale soevereiniteit zich vooral via regionale samenwerking. Landen investeren in lokale datacenters, digitale identiteitsprogramma’s en wetgeving rond databescherming. De inzet is pragmatisch: controle over nationale data en voorkomen van digitale afhankelijkheid, terwijl tegelijkertijd toegang tot wereldwijde technologie behouden blijft.
In Zuidoost-Azië en de Golfregio, met name in de Verenigde Arabische Emiraten, ontstaat digitale soevereiniteit via diversificatie. Overheden investeren in regionale datacenters, meerdere cloudproviders en nationale AI-programma’s. Het doel is niet volledige onafhankelijkheid, maar het voorkomen van eenzijdige afhankelijkheden en het behouden van beleidsruimte.
Brazilië koppelt digitale soevereiniteit expliciet aan economische ontwikkeling. Grote investeringen in AI, data-infrastructuur en lokale technologie moeten voorkomen dat het land structureel afhankelijk wordt van buitenlandse platformen. Hier draait soevereiniteit vooral om het opbouwen van binnenlandse capaciteit en kennis, minder om het reguleren of weren van Big Tech.
China hanteert het meest vergaande model van digitale soevereiniteit. Vrijwel de volledige digitale infrastructuur, van cloud en sociale media tot AI-platformen, is nationaal gecontroleerd. Buitenlandse technologie wordt sterk gereguleerd of uitgesloten. Dit model laat zien hoe digitale soevereiniteit technisch mogelijk is, maar staat haaks op Europese waarden rond openheid, marktwerking en burgerrechten.
India beschouwt digitale soevereiniteit steeds nadrukkelijker als onderdeel van zijn nationale technologie- en industriebeleid. Het land stimuleert lokale software-ecosystemen en promoot binnenlandse alternatieven voor Westerse platforms. Tegelijkertijd zet India in op datalokalisatie en in-country verwerking van clouddiensten en AI-toepassingen. De focus ligt op technologische zelfredzaamheid gecombineerd met schaal en economische groei, niet op digitale afsluiting.
De Verenigde Staten spreken zelden over digitale soevereiniteit, maar oefenen deze in de praktijk volop uit. Door wereldwijde dominantie van Amerikaanse technologiebedrijven en wetgeving zoals de Cloud Act behouden de VS grote invloed op data en infrastructuur, ook buiten de eigen landsgrenzen. Dit maakt de VS tot een impliciete, maar zeer krachtige soevereine digitale actor.
Digitale soevereiniteit komt in vele vormen, variërend van nationale cloudstrategieën en open source-migraties tot sectorale beveiligingseisen en wettelijke kaders. Wat er valt op in 2025?
Digitale soevereiniteit staat nog in de kinderschoenen, maar de richting is duidelijk. Landelijke en regionale controle over de digitale stack en data wordt steeds meer erkend als essentieel onderdeel van nationale en economische veiligheid. De komende jaren zullen bepalen hoe snel en effectief deze strategieën worden omgezet in duurzame infrastructuren en echte digitale onafhankelijkheid. ![]()
03 VOORWOORD & INHOUD
Colofon
04 DSR
Digitale autonomie en veerkracht
05 Ketenverantwoordelijkheid
DSR als startpunt en eindpunt
07 ERS Parijs
Oorlog om het Westen
08 ERS Parijs
Soevereiniteit, veerkracht en samenwerking
09 ERS Parijs
Federatie denken
12 Haven
Cloud voor gemeenten
13 Nextcloud
Nuchter alternatief
14 Column
Strategische digitale autonomie
16 Landenoverzicht
Digitale soevereiniteit in Europa
18 Interview
Elisabeth Hankeln (Eurofiber)
en Diana Krieger (Soverin)
19 ISO 27001
Blauwdruk voor digitale soevereiniteit
20 Vooruitblik
ERS Den Haag + introductie Raad van Advies
21 ERS Den Haag
Call for papers, speakers + partners
23 DSR
Nieuwsbrief + samenwerken
06 EUROFIBER