DIGITALE AUTONOMIE

Zonder fundament geen digitale autonomie

Waarom infrastructuur, ketenregie en bewuste keuzes bepalend zijn voor Europese digitale weerbaarheid

Digitale autonomie wordt vaak besproken vanuit software, cloudplatformen, AI of regelgeving. Maar onder al die thema’s ligt een fundament dat minstens zo bepalend is: infrastructuur. Want zonder controle over netwerken, leveranciers, data, ketens en digitale afhankelijkheden blijft iedere vorm van soevereiniteit uiteindelijk kwetsbaar.

TEKST: SANDER HULSMAN BEELD: LuteijnMedia VIDEO’S: STORYYO

Juist dat besef kwam nadrukkelijk naar voren tijdens de gesprekken voor DSR, die gelijktijdig plaatsvonden met de rondetafeldiscussies. In zeven studio-interviews werd vanuit verschillende invalshoeken gekeken naar de vraag hoe Europa en Nederland hun digitale weerbaarheid daadwerkelijk kunnen versterken.

Concrete keuzes in de praktijk

De gesprekken maakten duidelijk dat digitale autonomie allang niet meer uitsluitend een technisch vraagstuk is. Het raakt bestuur, governance, gebruikersacceptatie, ketensamenwerking, infrastructuurkeuzes en zelfs de manier waarop organisaties naar hun eigen verantwoordelijkheid kijken.

Vrijwel iedere gesprekspartner benadrukte dat het debat zich langzaam verplaatst van abstracte beleidsdiscussies naar concrete keuzes in de praktijk. Niet langer draait het alleen om de vraag of organisaties afhankelijk zijn geworden, maar vooral hoe diep die afhankelijkheden inmiddels verweven zitten in dagelijkse processen, publieke dienstverlening en vitale infrastructuren.

Eurofiber: Infrastructuur essentieel voor onafhankelijkheid

Volgens Vincent van Mierlo, Strategic Advisor bij Eurofiber, begint digitale autonomie letterlijk bij het fundament. Hij ziet de rol van infrastructuur als een essentiële voorwaarde om überhaupt digitale onafhankelijkheid mogelijk te maken. Eurofiber richt zich daarbij nadrukkelijk op de onderliggende laag van connectiviteit en digitale infrastructuur. Organisaties moeten erop kunnen vertrouwen dat die basis permanent beschikbaar blijft en toekomstvast is ingericht, zodat zij daarop hun eigen digitale toepassingen kunnen ontwikkelen.
Van Mierlo beschrijft resilience vooral als het vermogen om digitale infrastructuren permanent operationeel te houden. Wanneer er toch verstoringen optreden, moet herstel zo snel mogelijk plaatsvinden. Daarmee verschuift resilience van een abstract begrip naar iets zeer concreets: redundantie, beschikbaarheid en beheersbaarheid. Volgens hem zit de kracht juist in het feit dat infrastructuur stabiel blijft terwijl organisaties daarboven blijven innoveren.
“Je kunt pas spreken over autonomie als je ook controle houdt over de basislaag waarop alles draait,” stelt Van Mierlo. “Zodra die laag volledig afhankelijk wordt van externe partijen, verlies je uiteindelijk ook grip op de rest van je digitale keten.”

Die gedachte raakt direct aan het bredere vraagstuk van vendor lock-in. Van Mierlo benadrukt dat open toegankelijkheid en een open-sourcegerichte denkwijze helpen om afhankelijkheden te beperken. Zodra infrastructuren volledig rondom specifieke leveranciers worden ontworpen, ontstaat immers automatisch een sterke afhankelijkheidsrelatie.

Proact: Soevereiniteit draait om bewuste keuzes

Waar Van Mierlo vooral vanuit infrastructuur kijkt, benadert Kevin Janssen, Group Chief Technology Officer bij Proact, digitale autonomie vanuit de dagelijkse praktijk van hybride IT-omgevingen. Volgens hem draait soevereiniteit in de kern om bewuste keuzes. Organisaties hoeven niet per definitie alles volledig Europees of volledig autonoom in te richten, maar ze moeten wel begrijpen welke afhankelijkheden ze creëren en welke consequenties daaraan verbonden zijn.
Juist daar ziet Janssen in de praktijk nog veel uitdagingen. Organisaties hebben de afgelopen jaren steeds meer hybride infrastructuren opgebouwd waarin on-premise omgevingen, private clouds en hyperscalers met elkaar verweven zijn geraakt. Daardoor zijn afhankelijkheden ontstaan die vaak nauwelijks zichtbaar zijn.

“De discussie gaat niet meer alleen over technologie,” zegt Janssen. “Het gaat over de vraag hoeveel controle organisaties bereid zijn terug te nemen, ook als dat betekent dat sommige processen minder comfortabel worden.”
Volgens Janssen ontstaat daardoor een nieuw spanningsveld tussen gebruiksgemak en autonomie. Veel organisaties hebben de afgelopen jaren bewust gekozen voor platforms die maximale functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid bieden. Dat heeft productiviteit en innovatie versneld, maar tegelijkertijd ook geleid tot een sterke afhankelijkheid van een beperkt aantal dominante technologiepartijen.

GovTech Lab: Exit-strategie in praktijk testen

Dat vraagstuk rondom afhankelijkheid speelt misschien nog wel sterker binnen de overheid. Peter Moen, Founder van GovTech Lab, ziet in de praktijk regelmatig hoe overheidsorganisaties pas ontdekken hoe afhankelijk ze zijn geworden wanneer een migratie, aanbesteding of leverancierswissel moeizaam verloopt.
Vooral het ontbreken van concrete exit-strategieën vormt volgens Moen een groot risico. Veel organisaties hebben dergelijke strategieën wel op papier staan, maar testen ze nauwelijks in de praktijk. Daardoor blijft vaak onduidelijk of data daadwerkelijk overdraagbaar is, of systemen eenvoudig gemigreerd kunnen worden en hoe afhankelijk processen inmiddels van specifieke leveranciers zijn geworden.
“Autonomie betekent ook dat je kunt vertrekken wanneer dat nodig is,” stelt Moen. “Als dat praktisch onmogelijk blijkt, heb je feitelijk geen keuzevrijheid meer.”
Volgens Moen ontstaan de grootste risico’s in complexe IT-projecten vaak niet eens in de technologie zelf, maar in samenwerking, governance en verwachtingsmanagement. Zodra meerdere leveranciers betrokken raken bij één proces, worden verantwoordelijkheden diffuus en ontstaan misverstanden over planning, eigenaarschap en uitvoering.

Escrow4all: Echte resilience vooraf inbouwen

Voor Herman Kui, Co-Founder en CEO van Escrow4all, draait digitale autonomie uiteindelijk om controle en continuïteit. Volgens hem realiseren veel organisaties zich onvoldoende hoe kwetsbaar zij worden wanneer cruciale software, data of broncode volledig buiten hun eigen invloedssfeer vallen.
Escrow speelt daarin volgens Kui een belangrijke rol. Door broncode, documentatie, data en kritische digitale assets veilig onder te brengen, behouden organisaties toegang tot essentiële systemen wanneer leveranciers wegvallen, failliet gaan of contractuele verplichtingen niet meer kunnen nakomen.
“Veel organisaties denken pas na over continuïteit wanneer er al een probleem is ontstaan,” zegt Kui. “Maar echte resilience bouw je vooraf in.”
Volgens Kui raakt dat direct aan compliance en governance. Nieuwe Europese regelgeving zorgt ervoor dat organisaties steeds beter moeten aantonen hoe zij continuïteit en risico’s organiseren. Daarmee verschuift escrow van een juridisch vangnet naar een strategisch onderdeel van digitale weerbaarheid.
Daarnaast ziet hij dat escrow ook steeds relevanter wordt binnen AI- en softwareketens. Naarmate organisaties afhankelijker worden van externe technologiepartners, groeit de behoefte aan garanties rondom beschikbaarheid, overdraagbaarheid en continuïteit.

Soverin: Digitaal controle houden

Waar infrastructuur de technische basis vormt, richt Diana Krieger, Co-Founder en CEO van Soverin zich juist op de vraag wie uiteindelijk de controle houdt over digitale diensten en platformen. Volgens haar is digitale autonomie niet alleen een technisch of geopolitiek vraagstuk, maar vooral ook een governance-vraagstuk.
“Digitale autonomie betekent ook dat je opnieuw nadenkt over eigenaarschap en verantwoordelijkheid,” zegt Krieger. “Niet alleen technisch, maar juist ook organisatorisch en maatschappelijk.”
Binnen Soverin speelt steward ownership daarin een belangrijke rol. Die governance-vorm zorgt ervoor dat de organisatie niet primair wordt gestuurd door aandeelhouderswaarde, maar door de missie en continuïteit van het bedrijf.
Daarnaast benadrukt Krieger het belang van Europese samenwerking. Dat komt concreet terug in Euro-Office, het initiatief waarin meerdere Europese partijen samenwerken aan alternatieven voor bestaande kantoor- en samenwerkingsomgevingen. Volgens Krieger laat dat initiatief zien dat Europa wel degelijk eigen ecosystemen kan ontwikkelen wanneer organisaties bereid zijn gezamenlijk te investeren in open standaarden, interoperabiliteit en langetermijnvisie.

SUSE: Open source voorkomt afhankelijkheden

Ook Bert Boerland, Senior Sales Director bij SUSE, ziet openheid als een fundamentele randvoorwaarde voor digitale autonomie. Volgens hem ligt de kracht van open source juist in het voorkomen van nieuwe afhankelijkheden. Organisaties behouden daarmee meer keuzevrijheid en kunnen infrastructuren flexibeler aanpassen wanneer omstandigheden veranderen.
“Open source gaat uiteindelijk over keuzevrijheid,” stelt Boerland. “Zodra je geen realistische alternatieven meer hebt, ben je de regie kwijt.”
Boerland merkt dat veel organisaties inmiddels kritisch kijken naar de mate waarin zij afhankelijk zijn geworden van gesloten ecosystemen. Daarbij spelen geopolitieke ontwikkelingen een steeds grotere rol.
Volgens hem raakt dat direct aan resilience. Want weerbaarheid ontstaat niet alleen door beveiliging of redundantie, maar ook door het vermogen om te kunnen schakelen wanneer omstandigheden veranderen. Open standaarden en interoperabiliteit maken dat volgens Boerland mogelijk.
Daarbij waarschuwt hij dat autonomie niet bereikt wordt door simpelweg technologie te vervangen. Organisaties moeten eerst begrijpen hoe diep afhankelijkheden inmiddels zijn ingebouwd in processen, applicaties en gebruikersgedrag.

DOSBA: Grip op volledige keten

Volgens Emiel Brok, Co-Founder van Dutch Open Source Business Alliance (DOSBA), wordt digitale autonomie uiteindelijk pas echt relevant wanneer organisaties grip krijgen op hun volledige digitale keten. Daarbij gaat het niet alleen om technologie, maar ook om samenwerking tussen leveranciers, infrastructuurpartners en eindgebruikers.
Brok ziet dat veel organisaties jarenlang vooral hebben gestuurd op snelheid, efficiëntie en kostenoptimalisatie. Daardoor zijn ecosystemen ontstaan waarin afhankelijkheden vaak onvoldoende zichtbaar zijn geworden. Volgens hem groeit nu het besef dat resilience vraagt om meer transparantie in de volledige keten.
“Digitale weerbaarheid bouw je niet alleen binnen je eigen organisatie,” zegt Brok. “Je bent uiteindelijk zo sterk als de zwakste schakel in de keten.”
Volgens Brok vraagt dat om nieuwe vormen van samenwerking tussen publieke en private partijen. Zeker binnen vitale sectoren moeten organisaties gezamenlijk nadenken over standaarden, governance en crisisbestendigheid.
Daarmee raakt hij aan een bredere conclusie die in vrijwel alle gesprekken terugkomt: digitale autonomie is uiteindelijk geen eindpunt, maar een continu proces van afwegingen, samenwerking en bewustwording.

Praktische uitvoerbaarheid

Die ontwikkeling zorgt er tegelijkertijd voor dat het debat over digitale autonomie volwassener wordt. Waar het onderwerp enkele jaren geleden nog vooral theoretisch of politiek werd besproken, verschuift de aandacht nu naar praktische uitvoerbaarheid. Organisaties willen weten welke keuzes ze vandaag moeten maken om morgen minder kwetsbaar te zijn.

Toch overheerst ook realisme. Vrijwel alle gesprekspartners erkennen dat Europa en Nederland nog aan het begin staan van die ontwikkeling. Het afgelopen jaar heeft vooral geleid tot meer bewustwording. Organisaties realiseren zich steeds beter hoe afhankelijk digitale processen zijn geworden van een beperkt aantal technologiepartijen en hoe kwetsbaar ketens daardoor kunnen worden.

Meer controle en weerbaarheid

Maar bewustzijn alleen is niet voldoende. Uiteindelijk zullen organisaties daadwerkelijk strategische keuzes moeten maken over infrastructuur, governance, samenwerking en eigenaarschap. Dat vraagt investeringen, lange termijnvisie en soms ook de bereidheid om tijdelijk comfort of snelheid op te geven in ruil voor meer controle en weerbaarheid.

Juist daarin ligt volgens de deelnemers de kern van digitale autonomie. Het gaat niet alleen om technologie, maar om het vermogen om als organisatie, sector of samenleving zelf regie te houden over kritieke digitale processen. En dat begint uiteindelijk altijd bij het fundament. 

VORIGE

MENU

VOLGENDE