De uitspraak in Trump v. Slaughter maakt het EU-US Data Privacy Framework niet ongeldig. Ze laat wel zien hoe snel de voorwaarden voor internationale gegevensoverdracht kunnen veranderen. Digitale onafhankelijkheid betekent dat organisaties zulke veranderingen kunnen opvangen zonder de controle over hun data, infrastructuur of continuïteit te verliezen.
Robert van der Meulen, Director Product Strategy bij Leaseweb Global
Op 29 juni 2026 bepaalde het Amerikaanse Hooggerechtshof dat de president een commissaris van de Federal Trade Commission (FTC) zonder wettelijk omschreven reden mag ontslaan. Het Hof redeneert dat de FTC uitvoerende macht uitoefent en daarom onder de zeggenschap van de president moet vallen.
Voor Europese organisaties lijkt dit misschien een verre Amerikaanse staatsrechtelijke discussie. Dat is het niet. De FTC speelt een belangrijke rol bij de handhaving van het EU-US Data Privacy Framework (DPF), de regeling die sinds 2023 gegevensoverdracht aan deelnemende Amerikaanse organisaties mogelijk maakt.
De uitspraak schaft het DPF niet af. Gegevensoverdracht op basis van het framework is nog steeds toegestaan. De positie van een belangrijke Amerikaanse toezichthouder is er wel door veranderd. Daarmee ontstaat opnieuw discussie over de vraag of de bescherming van Europese persoonsgegevens in de Verenigde Staten voldoet aan de eisen van het Europese recht.
Privacyorganisatie noyb heeft de Europese Commissie opgeroepen een ordelijke uitfasering van het DPF voor te bereiden en kondigt een juridische procedure aan als de Commissie geen actie onderneemt. De Europese Commissie heeft vooralsnog niet vastgesteld dat de uitspraak gevolgen heeft voor het framework.
Die juridische discussie kan jaren duren. Voor organisaties en hun IT-dienstverleners is de operationele vraag urgenter: kunnen zij zelfstandig handelen wanneer de juridische basis onder een deel van hun digitale infrastructuur verandert?
Organisaties mogen ervan uitgaan dat het DPF geldig is zolang het niet is ingetrokken of vernietigd
Robert van der Meulen, Director Product Strategy bij Leaseweb Global
Europa heeft dit eerder meegemaakt. Het Hof van Justitie van de Europese Unie verklaarde Safe Harbor in 2015 ongeldig. In 2020 volgde Privacy Shield. Beide uitspraken hadden directe gevolgen voor organisaties die persoonsgegevens naar de Verenigde Staten doorgaven.
Het DPF bevat aanvullende waarborgen ten opzichte van zijn voorgangers. Naast handhaving door de FTC gaat het om beperkingen op toegang door Amerikaanse inlichtingendiensten en een beroepsmogelijkheid via het Data Protection Review Court. Of die waarborgen een volgende juridische toets doorstaan, moet blijken.
Organisaties mogen ervan uitgaan dat het DPF geldig is zolang het niet is ingetrokken of vernietigd. Na twee eerdere uitspraken mogen ze er alleen niet van uitgaan dat het framework altijd blijft bestaan.
Daar ligt het verschil tussen compliance en digitale onafhankelijkheid. Compliance beantwoordt de vraag of gegevensoverdracht vandaag rechtmatig is. Digitale onafhankelijkheid bepaalt of een organisatie morgen nog kan kiezen waar haar data en workloads worden ondergebracht wanneer wetgeving, beleid of internationale verhoudingen veranderen.
Onafhankelijkheid betekent dus niet dat een organisatie zonder leveranciers kan. Het betekent dat geen enkele leverancier, technologie of buitenlandse rechtsorde een organisatie de mogelijkheid ontneemt om zelfstandig van koers te veranderen.
Digitale afhankelijkheden vallen vaak nauwelijks op zolang de techniek werkt en contracten geldig zijn. Ze worden zichtbaar bij een storing, overname, sanctie, beleidswijziging of rechterlijke uitspraak.
Een organisatie kan op papier over een exitclausule beschikken, terwijl een migratie in de praktijk maanden of jaren vraagt. Data staan verspreid over verschillende diensten. Applicaties gebruiken propriëtaire interfaces. Medewerkers zijn opgeleid voor één platform. Onderaannemers en beheerdiensten kunnen extra juridische en technische afhankelijkheden toevoegen.
Een contractuele uitweg biedt daarom nog geen digitale onafhankelijkheid. Die bestaat pas wanneer een organisatie de kennis, rechten en technische mogelijkheden heeft om daadwerkelijk te handelen.
Dat vraagt om inzicht in de volledige keten. Welke workloads zijn kritisch? Waar worden data en back-ups verwerkt? Wie kan er toegang toe krijgen? Welke rechtsgebieden zijn van toepassing? Welke onderdelen kunnen worden verplaatst en welke dienstverlening valt weg bij een migratie?
Deze vragen horen niet uitsluitend thuis bij de juridische afdeling of de CISO. Ze raken ook architectuur, inkoop, contractmanagement, continuïteitsplanning en de afspraken met IT-partners.
Keuzevrijheid bestaat alleen wanneer er geloofwaardige alternatieven zijn
Voor resellers, MSP’s, integrators en serviceproviders ontstaat hier een duidelijke verantwoordelijkheid. Zij verbinden technologie, leveranciers, contracten en dagelijkse operatie. Daarmee kunnen zij klanten helpen hun digitale onafhankelijkheid praktisch te organiseren.
Dat begint met andere vragen tijdens ontwerp en inkoop. Niet alleen: voldoet deze oplossing aan de huidige eisen? Ook: welke onderdelen kunnen we vervangen, welke data kunnen we exporteren en hoeveel tijd kost het om de dienstverlening elders voort te zetten?
Een IT-partner moet kunnen uitleggen:
Daarmee verschuift de rol van het kanaal. Een IT-partner levert niet alleen technologie en beheer, maar beschermt ook het vermogen van de klant om zelfstandig beslissingen te nemen.
Die verantwoordelijkheid eindigt niet bij de directe leverancier. Digitale onafhankelijkheid is een keteneigenschap. Een Europese dienst kan nog steeds afhankelijk zijn van niet-Europese technologie, beheerplatformen of onderaannemers. Andersom kan een internationale dienst technische mogelijkheden bieden die portabiliteit ondersteunen.
Daarom moet de beoordeling verder gaan dan het vestigingsadres van een leverancier. Eigendom, juridische zeggenschap, datalocatie, operationeel beheer, gebruikte technologie en overdraagbaarheid moeten gezamenlijk worden beoordeeld.
Digitale onafhankelijkheid betekent niet dat Europa zich moet afsluiten of dat organisaties alle Amerikaanse technologie onmiddellijk moeten vervangen. Internationale technologiebedrijven leveren waardevolle diensten. Ook Europese infrastructuur maakt deel uit van mondiale hardware-, software- en connectiviteitsketens.
Volledige onafhankelijkheid van iedere buitenlandse technologie is voor de meeste organisaties niet haalbaar. Onafhankelijk beslissingen kunnen nemen is dat wel.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof in Washington D.C.
Digitale onafhankelijkheid begint niet na een crisis of rechterlijke uitspraak
De relevante vraag is waar een organisatie afhankelijkheid accepteert en waar zij controle moet behouden. Voor een niet-kritieke toepassing kan functionaliteit of snelheid zwaarder wegen. Bij persoonsgegevens, vitale processen of diensten met grote maatschappelijke gevolgen gelden strengere voorwaarden.
Een onafhankelijke organisatie kent deze verschillen. Zij kiest bewust, spreidt risico’s en voorkomt dat één leverancier of rechtsgebied de continuïteit van kritieke processen kan bepalen.
Keuzevrijheid bestaat alleen wanneer er geloofwaardige alternatieven zijn. Europa moet daarom blijven investeren in cloud- en edge-infrastructuur, open standaarden, federatieve diensten en een ecosysteem van interoperabele aanbieders.
Initiatieven zoals IPCEI-CIS en de European Cloud Campus helpen om die capaciteit op te bouwen. Ze versterken niet alleen de Europese infrastructuur, maar vergroten ook het aantal opties voor organisaties die meer controle over hun data en workloads nodig hebben.
Europees aanbod alleen is echter onvoldoende. Bedrijven en overheden moeten digitale onafhankelijkheid meewegen in hun aanbestedingen en architectuurprincipes. Eisen aan portabiliteit, datalocatie, transparantie en juridische zeggenschap moeten even normaal worden als eisen aan prestaties, beveiliging en prijs.
Wie onafhankelijkheid belangrijk noemt, maar alle kritieke diensten bij één moeilijk vervangbare leverancier onderbrengt, maakt zichzelf niet onafhankelijk.
01 DSR MAGAZINE
Editie 03 – September 2026
02 VOORWOORD & INHOUD
Colofon
04 Interview
Harry Franzen (Cegeka) over handelingsruimte bij digitale soevereiniteit
05 Blue Billywig
Europees alternatief voor YouTube
06 opinie
Robert van der Meulen (Leaseweb) over digitale onafhankelijkheid bij datadoorgifte
07 ERS Den Haag
Resilience is geen eindpunt, maar een keuze
08 Interview
Emile Stam (Open Line) over regie bij digitale soevereiniteit
09 Whitesky.cloud
De Whitesky Federatie
10 ERS Den Haag
De soevereiniteitsknop van Europa
11 Interview
Jeroen Meeter (Blue Billywig) over digitale soevereiniteit voor videoplatforms
12 Introductie
Verantwoordelijkheid stopt niet bij de voordeur
13 Round table
Wie is verantwoordelijk als niemand de hele digitale keten beheerst?
14 Video-interviews
Ketenverantwoordelijkheid: wie houdt regie over onze digitale werkelijkheid?
15 Digitale resilience
Doe mee met de DSR Round Table van 16 september 2026
16 ERS Den Haag
De zwakke schakel zit niet in het systeem, maar ertussen
17 ERS Den Haag
Van zwakste schakel naar sterkste keten
18 Strategische essay
Europa heeft geen gebrek aan ambities, maar aan operationele slagkracht
19 Interview
Frans Olsthoorn en Oliver van Loo (EUnifyer) over de Europese digitaal autonome werkplek
20 DSR
Abonneer je nu op onze nieuwsbrief!
21 ERS Den Haag
De klok loopt: de eerste 72 uur van een crisis
22 Interview
Hans van Linschoten (Whitesky.cloud) over telecom als uitgangspunt
23 Blog
Feyo Sickinghe (Bird & Bird) met een pakket voor technologische soevereiniteit
24 Planning
Dit doet DSR in 2026 en 2027