Digitale soevereiniteit is in korte tijd uitgegroeid van een nicheonderwerp tot een strategische bestuursvraag. Waar organisaties zich jarenlang vooral richtten op schaalbaarheid, functionaliteit en kostenvoordelen van cloudplatformen, zorgen geopolitieke ontwikkelingen ervoor dat afhankelijkheden opnieuw tegen het licht worden gehouden. Volgens Harry Franzen, expert digitale soevereiniteit en cloudstrategie bij Cegeka, bevinden we ons inmiddels op een belangrijk kantelpunt.
TEKST: SANDER HULSMAN BEELD: CEGEKA
De afgelopen periode hebben we vooral veel over digitale soevereiniteit gesproken,” zegt hij. “Nu komen we langzaam op het punt waarop organisaties daadwerkelijk stappen gaan zetten. We gaan van praten naar doen.”
Volgens Franzen is digitale soevereiniteit geen nieuw concept. Wat wel nieuw is, is de urgentie. De geopolitieke verhoudingen tussen Europa, de Verenigde Staten en China zijn veranderd, waardoor risico’s die jarenlang theoretisch leken ineens tastbaar worden.
“Het risico was er altijd al, maar de kans dat het zich manifesteert is groter geworden. Daardoor ontstaat bewustwording. Organisaties realiseren zich dat bepaalde afhankelijkheden misschien minder vanzelfsprekend zijn dan ze jarenlang hebben aangenomen.”
Een van de grootste misverstanden die Franzen tegenkomt, is dat digitale soevereiniteit vaak wordt gereduceerd tot een technologiediscussie. “Veel organisaties denken direct aan cloudplatformen of aan de locatie van data. Maar soevereiniteit is geen technologie. Technologie is slechts één van de assen.”
We leven in een geglobaliseerde wereld vol afhankelijkheden
Cegeka hanteert daarbij een benadering die aansluit op het Gartner-model, waarin datasoevereiniteit, operationele soevereiniteit en technologische soevereiniteit centraal staan. Datasoevereiniteit gaat over de locatie van gegevens, toepasselijke wetgeving en toegang tot data. Operationele soevereiniteit richt zich op de mensen die systemen beheren en de controlemechanismen daaromheen. Technologische soevereiniteit draait onder meer om open standaarden, vendor lock-in en de mogelijkheid om workloads te verplaatsen. Juist die laatste dimensie krijgt volgens Franzen vaak de meeste aandacht, terwijl de werkelijkheid veel breder is.
Daarbij benadrukt Franzen dat organisaties niet moeten denken in absolute termen. Honderd procent digitale soevereiniteit bestaat volgens hem niet. “We leven in een geglobaliseerde wereld vol afhankelijkheden. De vraag is niet of je afhankelijk bent, maar welke afhankelijkheden je accepteert en waar je bewust meer handelingsruimte wilt creëren.”
Dat leidt automatisch tot een afweging tussen controle en innovatie. Hyperscalers bieden enorme schaal, functionaliteit en innovatiekracht, maar brengen ook afhankelijkheden met zich mee. “Hoe verder je richting volledige soevereiniteit beweegt, hoe meer je vaak moet investeren en hoe meer impact dat kan hebben op adoptie, schaalbaarheid en innovatie. Het gaat dus altijd om het vinden van de juiste balans.”
Volgens Franzen betekent dit ook dat niet iedere applicatie of ieder proces hetzelfde niveau van soevereiniteit nodig heeft. “Je begint bij de kritieke processen van je organisatie. Welke processen zijn echt essentieel? Welke risico’s zijn acceptabel en welke niet? Pas daarna bepaal je welke maatregelen passend zijn.”
Voor Cegeka is digitale soevereiniteit nauw verbonden met digitale weerbaarheid, maar niet hetzelfde. “Weerbaarheid is breder. Soevereiniteit is een onderdeel van resilience.”
Dat onderscheid wordt steeds belangrijker nu organisaties niet alleen kijken naar cyberaanvallen, maar ook naar verstoringen door geopolitieke ontwikkelingen, uitval van infrastructuur of leveringsproblemen. “Uiteindelijk gaat het om kans en impact. Als de impact groot genoeg is, moet je nadenken over maatregelen. Dan maakt het niet uit of de verstoring wordt veroorzaakt door een cybercrimineel, een storing, een hittegolf of geopolitieke besluitvorming.”
Bewustzijn verandert de manier waarop organisaties naar risico’s kijken
Volgens Franzen ligt daar ook een belangrijke les van de afgelopen jaren. Veel organisaties vertrouwden impliciet op de stabiliteit van bestaande digitale ecosystemen. “Er is een bewustwording ontstaan dat bepaalde afhankelijkheden misschien niet vanzelfsprekend zijn. Dat bewustzijn verandert de manier waarop organisaties naar risico’s kijken.”
In discussies over digitale soevereiniteit worden hyperscalers regelmatig neergezet als het probleem. Franzen vindt die benadering te simplistisch. “De oplossingen binnen hyperscaleromgevingen zijn vaak uitstekend. Je krijgt automatisch veel beveiliging, schaalbaarheid en functionaliteit mee. Dat mag je niet onderschatten.”
De vraag is volgens hem dan ook niet of organisaties hyperscalers moeten verlaten. “Je kunt absoluut kritieke processen draaien op hyperscalerplatformen. Maar denk wel na over het ‘wat als’-scenario. Wat doe je als omstandigheden veranderen? Hoe snel kun je handelen?”
Daarmee komt een begrip centraal te staan dat volgens Franzen de komende jaren alleen maar belangrijker wordt: portability.
Een van de belangrijkste architectuurprincipes volgens Harry Franzen is ‘portability tenzij’. Het uitgangspunt is eenvoudig: ontwerp applicaties, contracten en platformen zodanig dat verplaatsing naar een andere omgeving mogelijk blijft, tenzij daar een goede reden voor is.
Wat betekent dit concreet?
“Portability gaat uiteindelijk over handelingsruimte. Niet omdat je morgen wilt vertrekken, maar omdat je de mogelijkheid wilt behouden.”
Tijdens het gesprek komt Franzen meerdere keren terug op hetzelfde thema. Uiteindelijk vat hij digitale soevereiniteit samen in twee woorden: “Handelingsruimte en zeggenschap.” Dat geldt ook voor de vraag of Europa meer digitale controle moet opbouwen.
Volgens Franzen gaat het niet om het volledig vervangen van hyperscalers of het creëren van een volledig gesloten Europees ecosysteem. “Het gaat erom dat je bewust kiest waar je afhankelijkheden accepteert en waar je de regie wilt versterken.”
Die benadering sluit aan bij de manier waarop Cegeka klanten ondersteunt. Het bedrijf positioneert zich nadrukkelijk over het volledige spectrum: van volledig beheerde hyperscaleromgevingen tot private cloudplatformen in eigen Europese datacenters en zelfs volledig klantgebonden infrastructuren. “We kunnen organisaties helpen bepalen hoe soeverein ze willen zijn, inzicht geven in hun huidige situatie, een roadmap ontwikkelen en vervolgens helpen om soeverein te blijven.”
De opkomst van AI maakt de discussie over digitale soevereiniteit volgens Franzen nog urgenter. Waar organisaties jarenlang vooral afhankelijk werden van cloudinfrastructuur, ontstaat nu een nieuwe afhankelijkheid van AI-modellen, rekenkracht en intelligente diensten. “De afhankelijkheid van AI groeit snel. Vandaag begint het bij een chatvenster, maar morgen zitten AI-agents diep in operationele processen.”
AI gaat zelfstandig onderdelen van bedrijfsprocessen uitvoeren
Volgens Franzen onderschatten veel organisaties hoe snel AI verschuift van een ondersteunend hulpmiddel naar een bedrijfskritische voorziening. De eerste toepassingen waren vooral gericht op productiviteitsverbetering, maar inmiddels worden AI-oplossingen steeds vaker ingezet binnen primaire bedrijfsprocessen. “Je ziet organisaties eerst AI gebruiken als assistent naast medewerkers. Vervolgens nemen die systemen steeds meer processtappen over. Uiteindelijk krijg je agent-to-agent communicatie waarbij AI zelfstandig onderdelen van bedrijfsprocessen uitvoert. Daarmee ontstaat automatisch ook een grote afhankelijkheid van die technologie.”
Juist daar raakt AI volgens hem direct aan digitale soevereiniteit. Tijdens het interview verwees Franzen naar de recente introductie van de geavanceerde AI-modellen Mythos en Fable van Anthropic. De discussie die daarbij ontstond over de beschikbaarheid van dergelijke technologie voor niet-Amerikaanse gebruikers en organisaties laat volgens hem zien hoe reëel geopolitieke afhankelijkheden inmiddels zijn geworden. “Een paar jaar geleden zagen veel organisaties dit nog als een theoretisch risico. Inmiddels zien we dat toegang tot bepaalde technologieën daadwerkelijk beperkt kan worden. Dan gaat het niet meer alleen over waar je data staat, maar ook over de vraag of je toegang houdt tot de innovatie waarop je organisatie steeds meer vertrouwt.”
Volgens Franzen wordt daarmee een nieuwe vorm van digitale afhankelijkheid zichtbaar. Niet alleen data en infrastructuur zijn strategisch geworden, maar ook de AI-modellen zelf. “Als toegang tot modellen, technologie of capaciteit wordt beperkt, raakt dat direct de innovatiekracht van organisaties. Dan wordt digitale soevereiniteit ineens een strategisch vraagstuk.”
Tegelijkertijd benadrukt hij dat AI-soevereiniteit niet uitsluitend draait om toegang tot modellen. Ook controle over data, encryptie, governance en de mogelijkheid om alternatieven in te zetten spelen een belangrijke rol. “Je moet nadenken over wat er gebeurt als een model niet meer beschikbaar is, als regelgeving verandert of als een leverancier andere voorwaarden gaat stellen. Ook daar komt diezelfde vraag terug: hoeveel handelingsruimte heb je nog?”
Ik denk dat we een onomkeerbaar proces zijn ingegaan
1Breng je digitale afhankelijkheden in kaart
Niet alle systemen zijn even kritisch. Maak inzichtelijk welke bedrijfsprocessen afhankelijk zijn van welke cloud-, AI- en SaaS-leveranciers. Vraag jezelf per kritieke applicatie af: wat gebeurt er als deze dienst morgen niet beschikbaar is of de voorwaarden veranderen? Pas als je die afhankelijkheden kent, kun je bewust kiezen waar je meer handelingsruimte nodig hebt.
2Test je exitstrategie in plaats van hem alleen op papier te zetten
Vrijwel iedere organisatie heeft contractuele exitafspraken, maar weinig organisaties weten of die ook uitvoerbaar zijn. Voer een praktische ‘portability-oefening’ uit: hoe snel kun je data exporteren, workloads verplaatsen of overstappen naar een alternatief? Een exitstrategie die nooit is getest, biedt schijnzekerheid.
3Maak soevereiniteit onderdeel van iedere nieuwe technologiekeuze
Digitale soevereiniteit is geen eenmalig project, maar een ontwerpprincipe. Neem bij iedere nieuwe cloud-, AI- of SaaS-investering standaardvragen mee als:
Portability gaat uiteindelijk over handelingsruimte. Niet omdat je morgen wilt vertrekken, maar omdat je de mogelijkheid wilt behouden.”
01 DSR MAGAZINE
Editie 03 – September 2026
02 VOORWOORD & INHOUD
Colofon
04 Interview
Harry Franzen (Cegeka) over handelingsruimte bij digitale soevereiniteit
05 Blue Billywig
Europees alternatief voor YouTube
06 opinie
Robert van der Meulen (Leaseweb) over digitale onafhankelijkheid bij datadoorgifte
07 ERS Den Haag
Resilience is geen eindpunt, maar een keuze
08 Interview
Emile Stam (Open Line) over regie bij digitale soevereiniteit
09 Whitesky.cloud
De Whitesky Federatie
10 ERS Den Haag
De soevereiniteitsknop van Europa
11 Interview
Jeroen Meeter (Blue Billywig) over digitale soevereiniteit voor videoplatforms
12 Introductie
Verantwoordelijkheid stopt niet bij de voordeur
13 Round table
Wie is verantwoordelijk als niemand de hele digitale keten beheerst?
14 Video-interviews
Ketenverantwoordelijkheid: wie houdt regie over onze digitale werkelijkheid?
15 Digitale resilience
Doe mee met de DSR Round Table van 16 september 2026
16 ERS Den Haag
De zwakke schakel zit niet in het systeem, maar ertussen
17 ERS Den Haag
Van zwakste schakel naar sterkste keten
18 Strategische essay
Europa heeft geen gebrek aan ambities, maar aan operationele slagkracht
19 Interview
Frans Olsthoorn en Oliver van Loo (EUnifyer) over de Europese digitaal autonome werkplek
20 DSR
Abonneer je nu op onze nieuwsbrief!
21 ERS Den Haag
De klok loopt: de eerste 72 uur van een crisis
22 Interview
Hans van Linschoten (Whitesky.cloud) over telecom als uitgangspunt
23 Blog
Feyo Sickinghe (Bird & Bird) met een pakket voor technologische soevereiniteit
24 Planning
Dit doet DSR in 2026 en 2027