KETENVERANTWOORDELIJKHEID

De zwakke schakel zit niet in het systeem, maar ertussen

Ketenverantwoordelijkheid vraagt om meer dan een goed beveiligde organisatie. De echte kwetsbaarheid ontstaat op de plekken waar organisaties, infrastructuren en landen van elkaar afhankelijk zijn. Tijdens de European Resilience Summit in Den Haag bespraken Annemarie Costeris, Elisabeth Hankeln, Hedzer Komduur en Hans Wanders onder leiding van Dick van Schooneveld hoe Europa zich daarop kan voorbereiden. Hun boodschap: voorkomen is noodzakelijk, maar herstelvermogen, oefenen en gedeelde verantwoordelijkheid zijn minstens zo belangrijk.

TEKST: SANDER HULSMAN BEELD: EVENTSHOOT

Een luchthaven die niet kan vliegen omdat een leverancier uitvalt. Digitale dienstverlening die stokt omdat een cloudomgeving niet beschikbaar is. Een organisatie die haar eigen cybersecurity op orde heeft, maar afhankelijk blijkt van partijen die zij nauwelijks kent. Het zijn geen afzonderlijke incidenten. Het zijn schakels in dezelfde keten.

Zwakste schakel

Dat was de kern van het panel ‘The Domino Problem: Why Fixing One System Isn’t Enough When Everything Is Connected’ tijdens de European Resilience Summit in Den Haag op 18 juni 2026. De titel beschreef niet alleen het probleem, maar ook de manier waarop ernaar gekeken moet worden: niet vanuit afzonderlijke systemen, maar vanuit de verbindingen ertussen.

Deelnemers paneldiscussie

De zwakste schakel van de keten kan alle andere delen van het systeem beïnvloeden

Dick van Schooneveld

Dick van Schooneveld, moderator en onderdeel van Ecosystem Services, zette het gesprek direct op scherp. Resilience en digitale autonomie zijn volgens hem onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie systemen in silo’s beheert, mist de afhankelijkheden die ertussen bestaan. “De zwakste schakel van de keten kan, als die instort, alle andere delen van het systeem beïnvloeden.” Dat is de essentie van ketenverantwoordelijkheid. Niet alleen weten waarvoor de eigen organisatie verantwoordelijk is, maar ook begrijpen wat er gebeurt wanneer een cruciale leverancier, infrastructuur of partner wegvalt.

Luchthaven = ecosysteem

Nergens wordt dat duidelijker dan op Schiphol. Hedzer Komduur, Director Safety & Environment en CISO van Amsterdam Airport Schiphol, omschreef de luchthaven als een orkest waarvan Schiphol Group de dirigent is. Binnen Schiphol Group werken ongeveer 4.000 mensen. Rond de luchthaven zijn dat er circa 75.000, verdeeld over ongeveer duizend organisaties. Elke organisatie heeft haar eigen verantwoordelijkheid, maar voor de reiziger vormen ze één systeem.

“Als er iets misgaat bij een van die partijen, en die partij is een kritieke schakel in de reeks gebeurtenissen die moet plaatsvinden voordat een passagier veilig en op tijd aan boord gaat, dan valt het geheel uit elkaar”, aldus Komduur. Het voorbeeld van de CrowdStrike-storing maakte die afhankelijkheid concreet. “De verstoring raakte niet alleen individuele organisaties, maar had gevolgen voor luchtvaartketens wereldwijd.” De les voor Komduur is dan ook niet dat alle afzonderlijke systemen volledig foutloos moeten worden gemaakt. Dat is onmogelijk.

De vraag is wat er gebeurt als een systeem faalt. “We moeten accepteren dat er dingen gaan gebeuren in het digitale domein. En we moeten daarop voorbereid zijn.” Dat vraagt volgens Komduur om dezelfde mentaliteit die in de fysieke wereld al vanzelfsprekend is. Een luchthaven heeft brandweer en crisisprocedures niet omdat men verwacht dat er iedere dag een vliegtuig neerstort. Ze zijn er omdat een incident nooit volledig kan worden uitgesloten. Diezelfde logica moet volgens hem worden toegepast op digitale weerbaarheid door voor te bereiden, te trainen en te herstellen.

We moeten accepteren dat er dingen gaan gebeuren in het digitale domein

HEDZER KOMDUUR

Resilience begint onder cloud

Elisabeth Hankeln, Managing Director Cloud Infra van Eurofiber, bracht een andere dimensie in het gesprek. Discussies over digitale soevereiniteit beginnen volgens haar vaak te hoog in de stack. Wie alleen naar cloudplatforms en applicaties kijkt, mist de fysieke infrastructuur waarop die systemen uiteindelijk draaien. “We moeten naar de volledige stack kijken: niet alleen naar de IT-stack, maar ook naar de infrastructuurstack, die de basis vormt van alles daarboven.”

Dat perspectief is essentieel voor ketenverantwoordelijkheid. Een cloudomgeving kan technisch robuust zijn, maar daarmee is de keten nog niet automatisch resilient. Daaronder bevinden zich datacenters, glasvezelverbindingen, energievoorziening en andere fysieke voorzieningen. Daarboven bevinden zich applicaties, processen, medewerkers en klanten. Elke laag introduceert afhankelijkheden.

Hankeln benadrukte daarom dat verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij overheden of grote technologiebedrijven kan worden gelegd. Ook ondernemingen zelf moeten keuzes maken en investeren in alternatieven waar die relevant zijn. “Europa zijn wij. Wij allemaal. Het betekent dus ook dat het niet alleen een kwestie van de Europese Unie is. Wij moeten hier zelf in investeren.”

Dat is een belangrijk uitgangspunt voor het debat over Europese digitale soevereiniteit. Strategische onafhankelijkheid betekent niet noodzakelijk dat Europa alles zelf moet produceren. Het betekent wel dat organisaties moeten weten waar hun afhankelijkheden zitten, welke daarvan kritiek zijn en welke keuzemogelijkheden zij hebben als omstandigheden veranderen.

Europa zijn wij. Wij allemaal. Wij moeten hier zelf in investeren

ELISABETH HANKELN

Isolatie creëert kwetsbaarheden

Daarmee kwam het panel op een spanningsveld dat voor veel organisaties herkenbaar is. Hoe ver moet je gaan in het verminderen van afhankelijkheden van Amerikaanse technologiebedrijven? En wanneer wordt autonomie zelf een risico, bijvoorbeeld doordat een organisatie zich isoleert van een ecosysteem waarin juist veel innovatie en capaciteit aanwezig is?

Annemarie Costeris, Government Affairs Director bij Microsoft, koos nadrukkelijk voor een benadering vanuit veerkracht in plaats van volledige onafhankelijkheid. Microsoft werkt in Nederland met circa 400.000 bedrijven en organisaties en meer dan 7.000 partners. Die cijfers illustreren volgens Costeris hoe verweven de digitale economie inmiddels is. “Er is geen isolatie, er is geen optie. Isolatie is ook niet de oplossing, want isolatie creëert kwetsbaarheden.” Voor Costeris draait resilience daarom om keuzevrijheid en wendbaarheid. Dat houdt volgens haar in dat je in staat bent om van de ene situatie naar de andere te bewegen wanneer omstandigheden veranderen.

Resilience draait om keuzevrijheid en wendbaarheid

ANNEMARIE COSTERIS

Onderscheid ambitie en realiteit

Ook Hans Wanders, voormalig CIO van onder meer Randstad en de Rijksoverheid en tegenwoordig zelfstandig adviseur, bracht die pragmatische dimensie in. Hij onderschreef het belang van Europese strategische onafhankelijkheid, maar maakte tegelijkertijd onderscheid tussen politieke ambitie en de realiteit van organisaties.

Voor een kleine organisatie met ongeveer 120 medewerkers is het niet realistisch om zelf een Europese digitale infrastructuur op te bouwen. De oplossing ligt daar eerder in het vermijden van onnodige afhankelijkheden. Wanders gaf het voorbeeld van een organisatie die grotendeels gebruikmaakt van Amerikaanse cloudtechnologie, maar bewust zo is ingericht dat zij bij een ernstige verstoring of sanctie kan overstappen. “We kunnen binnen enkele weken vertrekken naar een alternatief. Dat is onze manier om veerkrachtig te zijn.” Daarmee verschuift het gesprek van de vraag van wie de technologie is de veel relevantere vraag of we kunnen blijven functioneren als deze technologie of leverancier wegvalt.

Van preventie naar herstel

Een van de scherpste vragen van moderator Van Schooneveld was of het voorkomen van alle mogelijke domino-effecten überhaupt haalbaar is. Het antwoord van het panel was eensgezind: nee. Maar dat is geen reden om minder te doen. Het betekent dat organisaties anders naar resilience moeten kijken.

Hans Wanders omschreef preventie en herstel als twee kanten van dezelfde schaal. Een organisatie kan proberen een aanvaller buiten te houden, maar moet tegelijkertijd rekening houden met het scenario waarin dat niet lukt. Back-ups zijn bijvoorbeeld geen puur preventieve maatregel. Ze vormen onderdeel van het herstelvermogen. “Het is een reeks gebeurtenissen die je kunt doordenken, zodat je een gevoel krijgt voor de waarschijnlijkheid en voor waar je je prioriteiten moet leggen in de hele keten.”

Dat is misschien wel de belangrijkste verschuiving in het denken over ketenverantwoordelijkheid, want risicoanalyse eindigt niet bij het moment waarop de eigen beveiligingsmaatregelen ophouden. De analyse moet doorlopen naar de volgende schakel. Wat gebeurt er als een leverancier uitvalt? Wat gebeurt er als een back-up niet beschikbaar blijkt? Wat gebeurt er als een aanvaller al maanden binnen is? En wat gebeurt er als meerdere systemen tegelijkertijd worden geraakt? De domino begint immers zelden bij de eerste steen die valt. De echte impact ontstaat door de reeks daarna.

Resilience oefenen

Hoe meet je zoiets? Volgens Wanders is dat lastig. Het aantal incidentvrije jaren zegt weinig, want vijf jaar zonder grote verstoring betekent niet automatisch dat een organisatie resilient is. Het kan ook betekenen dat de organisatie simpelweg nog niet met het juiste scenario is geconfronteerd.

Komduur ziet daarom een andere maatstaf: oefenen. “Oefenen, oefenen, oefenen.” Niet alleen technische teams moeten oefenen. Ook directies en bestuurders moeten weten wat hun rol is wanneer een incident werkelijkheid wordt. Wie communiceert? Wie neemt beslissingen? Wie accepteert risico’s? Welke partners moeten worden ingeschakeld? En hoe snel kan de organisatie overschakelen naar een alternatief?

De praktijk leert bovendien dat crises waardevolle informatie opleveren. Komduur verwees naar de problemen die Schiphol ondervond tijdens sneeuwval. Ook wanneer de oorzaak niet digitaal is, kan zo’n incident laten zien waar processen, verantwoordelijkheden en afhankelijkheden tekortschieten. “Je moet iedere crisis gebruiken om meer te leren en je plannen te verbeteren.” Daarmee krijgt resilience een dynamisch karakter. Dreigingen veranderen, organisaties veranderen en ketens veranderen. Een crisisplan dat vandaag adequaat is, kan over twee jaar onvoldoende zijn.

Er zit onderscheid tussen politieke ambitie en de realiteit van organisaties

HANS WANDERS

Board is eindverantwoordelijk

Het gesprek over oefenen leidde vanzelf naar de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijk is. Het antwoord van Hans Wanders was opvallend direct. “De eindverantwoordelijkheid ligt altijd bij de board. Bij de CEO.” Dat betekent niet dat de CEO cybersecurity, infrastructuur of crisismanagement zelf moet uitvoeren. Integendeel. Taken moeten worden verdeeld. IT moet zorgen voor onder meer beveiliging, segmentatie en back-ups. Operations en business moeten de juiste vragen stellen en scenario’s oefenen. Security moet risico’s inzichtelijk maken.

Maar verantwoordelijkheid kan niet worden gedelegeerd zonder dat ook het eigenaarschap wordt belegd. Schiphol heeft dat volgens Komduur expliciet gemaakt. Businessdirecteuren zijn verantwoordelijk voor de applicaties die zij gebruiken en daarmee ook voor de risico’s die aan die applicaties verbonden zijn. “Het was heel gemakkelijk om te zeggen dat ik verantwoordelijk ben voor finance, HR en mijn operatie. Maar als het over cybersecurity gaat, is het ineens IT. Dat is onzin.”

Dat is een cruciale observatie als het op ketenverantwoordelijkheid aankomt. Cybersecurity, continuïteit en resilience zijn geen gespecialiseerde thema’s die buiten de business kunnen worden geplaatst. De business is eigenaar van de processen die moeten blijven functioneren. Dus moet de business ook eigenaar zijn van de risico’s die dat functioneren bedreigen.

Weten wanneer je afhankelijk bent

De discussie over Europese digitale soevereiniteit bracht uiteindelijk dezelfde conclusie terug naar boven. Het gaat niet om een simpele keuze tussen Europees en Amerikaans, cloud en on-premise, autonomie en globalisering. Costeris wees erop dat de Europese economie juist groot en succesvol is geworden door internationale afhankelijkheden. Europa profiteerde van goedkope energie uit Rusland, goedkope consumentengoederen uit China en veiligheid uit de Verenigde Staten. Het terugbrengen van afhankelijkheden heeft daarom een prijs.

De uitdaging is niet om alle afhankelijkheden te elimineren. Sommige zijn onvermijdelijk en zelfs wenselijk. “Die onderlinge afhankelijkheden zullen blijven bestaan”, aldus Costeris. “Er is niets dat we zullen, of misschien zelfs kunnen of zouden moeten, doen om dat soort afhankelijkheden volledig om te keren.” De relevante vraag is daarom niet of een organisatie afhankelijk is, want iedere organisatie is afhankelijk. De relevante vragen zijn waar we afhankelijk van zijn, hoe kritisch die afhankelijkheid is, hoe snel we kunnen overschakelen en welke andere schakels er worden geraakt als wij uitvallen.

Hankeln koppelde dat aan leiderschap. Grote technologiebedrijven bouwen uiteindelijk wat klanten vragen. Als organisaties niet zelf nadenken over welke mate van autonomie, redundantie en controle zij nodig hebben, zullen leveranciers vooral oplossingen aanbieden die vanuit hun eigen perspectief logisch zijn. “Als we niet vooruitlopen en nadenken over wat we willen, bouwen de grote bedrijven alleen wat zij denken dat wij willen.” Daarmee ligt een deel van de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de afnemer.

Domino-effect wordt ketenkracht

Aan het einde van de sessie maakte moderator Dick van Schooneveld een laatste beweging. De domino staat normaal gesproken symbool voor een reeks stenen die elkaar omverduwen. Maar dezelfde stenen kunnen ook juist verbinding maken. Dat beeld vat de discussie goed samen. Ketenverantwoordelijkheid gaat niet alleen over het voorkomen dat de eerste steen valt. Het gaat over het begrijpen van het gehele patroon. Welke stenen staan er, hoe dicht staan ze bij elkaar, wie heeft ze geplaatst en wat gebeurt er als één steen beweegt?

Voor organisaties betekent dat een bredere definitie van resilience. Niet alleen investeren in de eigen firewall, back-up of crisisorganisatie, maar ook in inzicht in leveranciers, infrastructuur, cloudkeuzes, fysieke voorzieningen, partners en maatschappelijke afhankelijkheden. De conclusie van het panel is daarmee ongemakkelijk maar praktisch: je kunt je eigen huis perfect beveiligen en toch kwetsbaar zijn voor wat er buiten je voordeur gebeurt.

De echte weerbaarheid van een organisatie wordt daarom niet alleen bepaald door de sterkte van iedere afzonderlijke schakel. Ze wordt bepaald door het vermogen van de hele keten om een verstoring op te vangen, ervan te herstellen en zich vervolgens aan te passen. Of, in de woorden van Komduur, “voorkomen is niet genoeg. Je moet voorbereid zijn op het moment waarop er toch iets gebeurt.” En precies daar begint ketenverantwoordelijkheid.

Deelnemers paneldiscussie

De zwakste schakel van de keten kan alle andere delen van het systeem beïnvloeden

Dick van Schooneveld

We moeten accepteren dat er dingen gaan gebeuren in het digitale domein

HEDZER KOMDUUR

Europa zijn wij. Wij allemaal. Wij moeten hier zelf in investeren

ELISABETH HANKELN

Resilience draait om keuzevrijheid en wendbaarheid

ANNEMARIE COSTERIS

Er zit onderscheid tussen politieke ambitie en de realiteit van organisaties

HANS WANDERS

VORIGE

MENU

VOLGENDE