De soevereiniteitsknop van Europa

Deelnemers paneldiscussie

Ik zie soevereiniteit meer als een knop. De vraag is waar je die knop per situatie instelt

Marijn de Vlieger

Soevereiniteit draait om de combinatie van controle, weerbaarheid en keuzevrijheid

JAN WILLEM DES TOMBE

Kies een risicogestuurde aanpak en bepaal per dienst waar die het beste kan draaien

CLEMENS MÖSLINGER

Kies niet één positie, maar bepaal bewust welke technologie bij welk risico past

ROGER SAMDAL

Soevereiniteit is niet alleen een technisch vraagstuk, maar ook een coördinatie­vraagstuk

ANNE FLEUR VAN VEENSTRA

Digitale soevereiniteit is geen aan-uitkwestie. Het is een strategische keuze: waar wil je als organisatie of overheid zelf de controle houden, en waar accepteer je afhankelijkheid omdat die meerwaarde biedt? Tijdens de European Resilience Summit in Den Haag discussieerden vijf experts over de vraag waar Europa de sovereignty dial moet zetten.

TEKST: SANDER HULSMAN BEELD: EVENTSHOOT

Deelnemers paneldiscussie

Wie over digitale soevereiniteit spreekt, komt al snel uit bij Europese cloud, Amerikaanse hyperscalers en de vraag of data binnen nationale grenzen moeten blijven. Maar volgens de deelnemers aan het panel ‘The Sovereignty Dial: Choosing Where Europe Controls Its Own Technology’ tijdens de European Resilience Summit op 18 juni in Den Haag,  is dat te simpel. Soevereiniteit gaat niet primair over grenzen, maar over keuzevrijheid.

Het gesprek werd gemodereerd door Marijn de Vlieger, Head of Technology bij TrueFullstaq. Vanuit zijn ervaring met digitale infrastructuur en technologie vormde hij de rode draad door het gesprek. Zijn uitgangspunt was dat soevereiniteit te vaak als een binaire keuze wordt gezien: volledig autonoom of volledig afhankelijk. “Ik zie soevereiniteit meer als een knop. Aan de ene kant staat volledige controle, aan de andere kant voordelen als kostenreductie en toegang tot een beter ecosysteem. De vraag is waar je die knop per situatie instelt.” Vanuit dat perspectief stuurde hij het panel langs cloud, hybride infrastructuur, open source en uiteindelijk AI.

Ik zie soevereiniteit meer als een knop. De vraag is waar je die knop per situatie instelt

Marijn de Vlieger

Soevereiniteit als ontwerpprincipe

Jan Willem des Tombe, Global Strategic Relations Director bij Leaseweb, noemt soevereiniteit daarom vooral een ontwerpprincipe. “Het gaat om de vrijheid om de juiste infrastructuur onder je applicaties en data te ontwerpen.” Dat kan betekenen dat systemen in Nederland staan, maar net zo goed dat een organisatie infrastructuur over meerdere Europese landen verspreidt. Ook het gebruik van een hyperscaler is niet per definitie onverenigbaar met soevereiniteit.

Volgens Des Tombe draait het uiteindelijk om de combinatie van controle, weerbaarheid en keuzevrijheid. Leaseweb ziet bijvoorbeeld veel organisaties die hun infrastructuur bewust over meerdere locaties en landen verdelen, bijvoorbeeld voor disaster recovery of high availability. “Een Nederlandse organisatie kan prima een disaster-recoveryomgeving in Duitsland hebben, of zelfs aan de andere kant van de oceaan. Hetzelfde geldt voor hyperscalers: voor sommige workloads zijn ze heel nuttig, terwijl je andere data juist dichtbij of on-premise wilt houden. Het gaat om de juiste combinatie.” De cruciale vraag is volgens hem dan ook niet waar technologie geografisch staat, maar of je zelf de regie houdt.

Soevereiniteit draait om de combinatie van controle, weerbaarheid en keuzevrijheid

JAN WILLEM DES TOMBE

Niet alles hoeft Europees

Clemens Möslinger, CIO van de Oostenrijkse Federale Kanselarij, benadert die keuze vanuit risicomanagement. Niet iedere digitale dienst is even kritisch en dus hoeft ook niet iedere workload maximaal soeverein te worden ingericht. Hij geeft het voorbeeld van de Oostenrijkse overheidswebsite. Die hoeft wat hem betreft juist niet in het eigen datacenter te staan. Als dat datacenter uitvalt, moet de website immers beschikbaar blijven. “Het belangrijkste is dat je een risicogestuurde aanpak kiest en per dienst bepaalt waar die het beste kan draaien.”

Daarmee accepteert Möslinger ook het gebruik van Amerikaanse technologie. Voor niet-kritieke toepassingen heeft hij geen principieel probleem met bijvoorbeeld AWS of Microsoft. Wel stelt hij één harde voorwaarde: de organisatie moet kunnen vertrekken. “Het belangrijkste is dat ik de keuze houd. Als ik mijn website naar een andere dienst wil verplaatsen, moet dat kunnen.” Die exit capability blijkt een van de belangrijkste concrete criteria voor digitale soevereiniteit.

Kies een risicogestuurde aanpak en bepaal per dienst waar die het beste kan draaien

CLEMENS MÖSLINGER

De kracht van plan B

Roger Samdal, Director Private Sovereign Hybrid Clouds bij Sopra Steria, brengt het perspectief van Noorwegen mee. Daar zijn fysieke infrastructuur, onderzeese kabels en geopolitieke dreigingen al langer onderdeel van het dagelijkse risicobeeld. Zijn antwoord is daarom eenvoudig: zorg voor een alternatief. “Mijn mantra is: we moeten een plan B hebben.”

Dat betekent volgens Samdal niet dat alles on-premise moet. Juist een combinatie van technologieën kan de grootste weerbaarheid opleveren. Noorwegen bouwt bijvoorbeeld aan hybride omgevingen waarin hyperscalers worden gecombineerd met een nationale cloud en delen van de infrastructuur die volledig geïsoleerd draaien. “Het gaat erom de juiste balans te vinden tussen soevereiniteit, autonomie en onderdeel zijn van het wereldwijde ecosysteem.” Daarmee krijgt de sovereignty dial een heel praktische betekenis, want organisaties moeten niet één positie kiezen, maar bewust bepalen welke technologie bij welk risico past.

Kies niet één positie, maar bepaal bewust welke technologie bij welk risico past

ROGER SAMDAL

Europa moet leren samenwerken

Anne Fleur van Veenstra, Director of Science bij TNO, ziet tegelijk een bredere uitdaging. Digitale technologie bestaat uit verschillende lagen. “Je kunt op de ene laag onafhankelijk zijn en op een andere volledig afhankelijk.” Dat maakt digitale soevereiniteit volgens haar niet alleen een technisch vraagstuk, maar ook een coördinatievraagstuk. Europa heeft behoefte aan concrete blauwdrukken en oplossingen die op grotere schaal kunnen worden toegepast.

Daarbij hebben overheden een belangrijk instrument in handen: hun inkoopkracht. Door Europese of open-sourceoplossingen als launching customer af te nemen, kunnen overheden niet alleen hun eigen afhankelijkheid verkleinen, maar ook nieuwe markten creëren. “Overheden onderschatten hoeveel invloed ze hebben als launching customer voor de technologie van de volgende generatie.”

Soevereiniteit is niet alleen een technisch vraagstuk, maar ook een coördinatie­vraagstuk

ANNE FLEUR VAN VEENSTRA

Van cloud naar AI

De volgende test voor Europese digitale soevereiniteit dient zich inmiddels aan bij AI. Wat gebeurt er wanneer organisaties hun processen steeds sterker afhankelijk maken van AI-diensten die door buitenlandse bedrijven worden geleverd, en die diensten op enig moment niet meer beschikbaar zijn? Möslinger noemt het een waarschuwing voor de toekomst. Vandaag lijkt zo’n afhankelijkheid misschien beheersbaar. Maar wanneer bedrijfsprocessen eenmaal rond AI zijn gebouwd, kan het wegvallen van een model grote operationele gevolgen hebben. Oostenrijk kiest daarom ook hier voor eigen controle. De overheid rolde GovGPT uit als on-premise oplossing, gebaseerd op Mistral. Van Veenstra waarschuwt daarbij voor een te eenvoudige definitie van Europese AI. Europa hoeft niet noodzakelijk dezelfde enorme modellen te bouwen als de Amerikaanse marktleiders. Kleinere, sectorspecifieke modellen kunnen juist interessant zijn omdat ze minder compute en energie vragen en beter aansluiten op specifieke toepassingen. Soevereiniteit betekent ook hier niet noodzakelijk dat Europa alles zelf moet ontwikkelen. Het betekent dat Europa voldoende eigen capaciteit en alternatieven heeft om strategische keuzes te kunnen blijven maken.

Houd knop zelf vast

Aan het einde van het panel komen de deelnemers opvallend dicht bij elkaar uit. Des Tombe pleit ervoor eerst beter te begrijpen hoe de technologie werkelijk werkt. Samdal benadrukt het belang van een plan B. Van Veenstra waarschuwt dat cloud, AI en toekomstige technologieën zoals quantum onderdeel zijn van een geopolitieke technologierace. “Wees daar niet naïef over. Bedenk vroegtijdig waar je als organisatie, als land en als Europa in wilt investeren, want technologie zal worden gepolitiseerd.” Möslinger voegt daar nog een andere vorm van autonomie aan toe: mensen moeten zelf over voldoende kennis beschikken om technologie te gebruiken. Ook AI vraagt om vaardigheden, training en bewustzijn. De conclusie van het panel is daarmee helder. Digitale soevereiniteit betekent niet dat Europa alle buitenlandse technologie moet afwijzen. Het betekent dat afhankelijkheid een bewuste keuze moet zijn en geen onbedoeld eindpunt. De sovereignty dial hoeft dus niet overal maximaal naar autonomie te worden gedraaid. Maar organisaties en overheden moeten wel weten waar de knop staat, waarom hij daar staat en of ze hem nog kunnen verzetten. Zoals moderator Marijn de Vlieger het samenvatte: “Soevereiniteit is niet binair. Begrijp je dial, ken je exit-mogelijkheden en zorg voor een plan B.” Dat is misschien wel de meest praktische definitie van digitale soevereiniteit: niet alles zelf willen bezitten, maar altijd de mogelijkheid houden om zelf te kiezen.

VORIGE

MENU

VOLGENDE