V.l.n.r. Vincent Thalen, Mark Kraakman, Sander Hulsman, Stef van der Ziel, Allain Silbernberg, Jeroen Meeter, Engelbert Pelster en Eric Luteijn. Bert Stam ontbreekt op deze groepsfoto.
“Resilience is heel hard werken.” De uitspraak van Blue Billywig-CEO Jeroen Meeter vat misschien wel het beste samen wat tijdens de DSR Round Table op 16 september steeds opnieuw naar voren kwam. Digitale weerbaarheid is geen product dat je aanschaft en vervolgens kunt afvinken. Het vraagt om inzicht in je infrastructuur, kennis van afhankelijkheden, alternatieven voor kritieke onderdelen en vooral: oefenen.
TEKST: SANDER HULSMAN BEELD: EVENTSHOOT
Voor bedrijven die digitale diensten leveren, kan een ogenschijnlijk klein technisch probleem grote gevolgen hebben. Stef van der Ziel, founder/owner van Jet-Stream, kent dat uit de wereld van live video. Daar is beschikbaarheid essentieel. Kijkers accepteren nauwelijks dat een live-uitzending niet werkt. Daarom zijn redundantie, actieve load balancing en andere maatregelen nodig om de dienstverlening overeind te houden.
Maar zelfs met die maatregelen gaat er soms iets mis. Een certificaat kan bijvoorbeeld een probleem veroorzaken. Het illustreert een belangrijk punt, want resilience gaat niet alleen over de grote ramp waarvan iedereen weet dat die ooit kan komen. Het gaat ook over kleine onderdelen die opeens cruciaal blijken.
Ook in fysieke infrastructuur kunnen onverwachte omstandigheden grote gevolgen hebben. Bert Stam, managing director van Leaseweb Nederland, beschrijft hoe extreme hitte een probleem veroorzaakte dat uiteindelijk bij een toeleverancier bleek te liggen. Zijn conclusie is nuchter: “Er kan altijd een verstoring zijn.”
Dat maakt de vraag naar weerbaarheid ingewikkelder. Een organisatie kan haar eigen infrastructuur nog zo goed op orde hebben, maar daarmee is niet automatisch de continuïteit van de dienstverlening verzekerd.
Wie is verantwoordelijk wanneer een belangrijke digitale dienst uitvalt? De eerste reflex is vaak om naar de directe leverancier te kijken. Maar daarachter zitten weer andere leveranciers, softwarecomponenten, datacenters, cloudplatforms, verbindingen en energievoorzieningen.
Niet weten wat je moet doen als een onderdeel van de keten wegvalt
Stam ziet daarin een belangrijk risico. “Ik denk dat er heel veel verborgen single points of failure zijn”, zegt hij. Niet alle afhankelijkheden zijn zichtbaar en niet iedere organisatie weet precies wat er gebeurt wanneer een bepaalde schakel uitvalt.
Meeter formuleert het genuanceerder. Afhankelijk zijn is volgens hem op zichzelf niet verkeerd. Een bedrijf is nu eenmaal afhankelijk van technologie en internet. Het probleem ontstaat wanneer een organisatie niet weet wat zij moet doen als een onderdeel van de keten wegvalt.
Dat onderscheid is wezenlijk. Resilience betekent niet dat alle afhankelijkheden moeten worden geëlimineerd. Dat is in een moderne digitale economie nauwelijks realistisch. Het betekent dat je moet weten waar je afhankelijk van bent, hoe kritiek die afhankelijkheid is en wat je handelingsperspectief is wanneer de situatie verandert.
Voor Allain Silbernberg, marketingmanager a.i. van Escrow4all, begint dat laatste ook bij afspraken. Zijn bedrijf werkt met digitale escrow: gegevens en software worden onder voorwaarden in bewaring genomen. “Daar komt een heel mooi contract bovenop”, legt hij uit. Dat contract bepaalt onder welke omstandigheden informatie uit de kluis beschikbaar komt.
Daarmee verschuift resilience van uitsluitend techniek naar een combinatie van techniek, organisatie en contract. Wat gebeurt er als een technologiepartner niet meer kan leveren? Wie heeft dan toegang tot de noodzakelijke informatie? En onder welke voorwaarden?
De discussie over afhankelijkheden krijgt een extra dimensie wanneer geopolitiek erbij komt. Nederlandse organisaties maken op grote schaal gebruik van Amerikaanse technologie. De vraag is dan niet alleen of een leverancier technisch betrouwbaar is, maar ook hoeveel controle een organisatie uiteindelijk heeft over haar eigen dienstverlening.
Voor Mark Kraakman, co-founder van AhaSend, is die afhankelijkheid juist aanleiding om naar Europese alternatieven te zoeken. AhaSend richt zich op transactionele e-mail en positioneert zich als Europees alternatief voor Amerikaanse diensten. Kraakman ziet daarin niet alleen een commerciële kans, maar ook een vraagstuk van zelfstandigheid. Organisaties moeten volgens hem kunnen kiezen waar zij hun digitale dienstverlening onderbrengen en niet automatisch afhankelijk zijn van één technologisch ecosysteem.
Meeter ontdekte bij het onderzoeken van alternatieven voor zijn technologie dat er behoorlijk wat Amerikaanse componenten in zijn eigen software zitten. Dat was niet het eerste waar hij naar keek. Het werd pas zichtbaar toen hij vanuit het perspectief van Europese soevereiniteit verder in zijn technische keten keek.
De financiële consequenties kunnen aanzienlijk zijn. Meeter beschrijft hoe een relatief beperkte verhoging van tarieven op Amerikaanse diensten zijn bedrijfsmodel onder druk had kunnen zetten. De afhankelijkheid zat dus niet alleen bij een leverancier die zijn complete dienst verzorgde, maar in allerlei kleinere onderdelen van de stack.
Kennis en ervaring bundelen en samen kijken naar een alternatief
Van der Ziel trekt de discussie nog breder. Voor hem draait digitale soevereiniteit uiteindelijk om vrijheid en onafhankelijkheid. In de context van digitale dienstverlening gaat het er volgens hem om dat anderen niet kunnen bepalen wat je uitzendt of je kunnen blokkeren.
Daarom zoekt hij ook actief naar alternatieven. Vanuit Cloud of the North ontstond het idee om kennis en ervaring te bundelen en samen te kijken naar een alternatief voor de dominante Amerikaanse cloudplatforms. Het initiatief groeide volgens Van der Ziel uit tot een brede community van ondernemers, juristen, technici en CTO’s.
Engelbert Pelster, Strategic Growth Executive & Ecosystem Lead bij DXC Technology, brengt vanuit de andere kant van de tafel een belangrijk perspectief in. Internationale technologie is een gegeven onderdeel van het huidige ecosysteem. De vraag is dus niet simpelweg of buitenlandse technologie wel of niet gebruikt mag worden, maar welke afhankelijkheden een organisatie bewust accepteert.
Een risicoanalyse is belangrijk, maar op zichzelf nog geen bewijs van resilience. “Je risicoanalyse is superbelangrijk”, zegt Meeter. Maar daarna moet er iets gebeuren. Een organisatie kan bijvoorbeeld meerdere back-ups van een database hebben. Als nooit is getest of die back-ups daadwerkelijk kunnen worden teruggezet, is niet aangetoond dat de oplossing werkt.
Dat principe geldt breder. Een continuïteitsplan dat alleen op papier bestaat, vertelt weinig over wat er tijdens een echte verstoring gebeurt. Oefenen maakt verborgen problemen zichtbaar. Stam vertelt over een brandoefening waarbij niet alleen naar de techniek werd gekeken, maar ook naar de organisatie. Juist tijdens zo’n oefening kwamen onverwachte zwakke plekken naar boven. Communicatie bleek bijvoorbeeld een probleem. Tijdens een incident grijpen mensen snel naar middelen die zij gewend zijn, ook wanneer die niet in de formele procedure staan.
Dat maakt oefenen waardevol. Niet omdat een organisatie daarmee kan bewijzen dat zij iedere calamiteit aankan, maar omdat een oefening laat zien welke aannames niet kloppen.
Vincent Thalen, CEO van Hardened, kijkt vanuit cybersecurity naar hetzelfde principe. Hij benadrukt het belang van een exit. Een organisatie moet namelijk niet alleen weten hoe zij met een leverancier werkt, maar ook hoe zij afscheid kan nemen wanneer dat noodzakelijk wordt. Vendor lock-in maakt een organisatie kwetsbaarder wanneer een leverancier niet meer past bij de gewenste continuïteit of strategische koers.
Wet- en regelgeving speelt een steeds grotere rol bij digitale weerbaarheid. Voor organisaties betekent dat onder meer dat zij inzicht moeten krijgen in hun keten, risico’s moeten beoordelen en maatregelen moeten kunnen aantonen. Maar compliance en resilience zijn niet hetzelfde. Meeter wijst erop dat regelgeving uiteindelijk ook een vertaling is van maatschappelijke normen en waarden. Tegelijkertijd ervaren ondernemers die regelgeving in de praktijk als een forse hoeveelheid extra werk.
De interessante vraag is daarom wat er gebeurt ná het invullen van de compliance-checklist. Heeft de organisatie daadwerkelijk inzicht in haar afhankelijkheden? Zijn de belangrijkste maatregelen getest? Is duidelijk wat er gebeurt wanneer een leverancier uitvalt? En kan het bedrijf aantonen dat een alternatieve werkwijze ook echt functioneert? Wetgeving kan een aanleiding zijn om die vragen te stellen. Het antwoord moet vervolgens uit de organisatie zelf komen.
Daarmee komt de discussie uiteindelijk bij het bestuur terecht. Stam stelt de vraag expliciet: “Maar leeft het echt ook bij de board?” Zijn eigen antwoord is weinig geruststellend: volgens hem leeft het onderwerp daar nog beperkt.
Een bestuurder hoeft geen cybersecurityspecialist of infrastructuurexpert te zijn
Pelster ziet hetzelfde probleem vanuit een ander perspectief. “De ernst wordt vaak niet gezien door de bestuurders op een hoog niveau”, zegt hij. Dat is volgens hem een uitdaging, juist omdat bestuurders uiteindelijk besluiten nemen over investeringen, leveranciers en risico’s.
Een bestuurder hoeft geen cybersecurityspecialist of infrastructuurexpert te zijn. Maar een board moet wel kunnen vragen van welke systemen we afhankelijk zijn. Wat gebeurt er als een belangrijke leverancier wegvalt? Welke onderdelen van onze dienstverlening kunnen we zelf herstellen? Hoe lang kunnen we zonder een bepaalde dienst? En wanneer hebben we voor het laatst getest of onze antwoorden op die vragen daadwerkelijk kloppen? Dat zijn geen technische detailvragen. Het zijn vragen over continuïteit en bedrijfsstrategie.
Een van de meest interessante conclusies van de round table is dat resilience geen eindstation is. Je bent niet resilient omdat je een certificaat hebt, een back-up hebt gemaakt of een continuïteitsplan hebt opgesteld.
Je bent weerbaarder wanneer je je infrastructuur kent. Wanneer je afhankelijkheden in kaart hebt. Wanneer je weet welke leveranciers en technologieën kritisch zijn. Wanneer je alternatieven hebt onderzocht. Wanneer contracten duidelijk maken wat er gebeurt als een partij niet meer kan leveren. Wanneer je hebt geoefend. En wanneer bestuurders begrijpen welke consequenties een verstoring kan hebben.
Daarmee komen we terug bij Blue Billywig-CEO Jeroen Meeter: “Resilience is heel hard werken.” Misschien is dat wel precies de essentie. Digitale weerbaarheid vraagt veel werk dat je hoopt nooit nodig te hebben. Maar juist dat werk bepaalt hoeveel ruimte een organisatie heeft wanneer er wél iets misgaat. ![]()
Stef van der Ziel, founder/owner van Jet-Stream
Bert Stam, managing director van Leaseweb Nederland
Allain Silbernberg, marketingmanager a.i. van Escrow4all
Mark Kraakman, co-founder van AhaSend
Aan de DSR Round Table met als thema ‘Hoe bouwen we resilience bij cyber-, energie- en geopolitieke verstoringen?’ (16 september 2026, brasserie Monsees, ’s-Graveland) deden mee:
Engelbert Pelster, Strategic Growth Executive & Ecosystem Lead bij DXC Technology
Vincent Thalen, CEO van Hardened
Met de zeven deelnemers aan de DSR Round Table zijn ook individuele video-interviews opgenomen.
Jeroen Meeter CEO van Blue Billywig
01 DSR Magazine
Editie 04 – Oktober 2026
02 Voorwoord & inhoud
Colofon
03 Kwartaaloverzicht
Van digitale afhankelijkheid naar concrete keuzes
04 Interview
Bart Pustjens (Deloitte) over het Europees maken van digitale soevereiniteit
05 Weg uit de cloud?
Waarom de serverkast terug is
07 Jubileum
Jeroen Meeter over twintig jaar Blue Billywig
08 Whitesky.cloud
De Whitesky Federatie
9 Introductie
Digitale weerbaarheid begint met inzicht in afhankelijkheden
10 Round table
Hoe bouwen we resilience bij cyber-, energie- en geopolitieke verstoringen?
11 Video-interviews
Digital resilience: als de digitale schakel morgen wegvalt
12 Strategische keuzes
Doe mee met de DSR Round Table van 16 december 2026
13 Zeekabels
De digitale weerbaarheid van Europa begint onder water
14 Cloud resilience
Datacenters onder vuur
15 Blue Billywig
Het Europese alternatief voor YouTube
16 Interview
Heino Bosma en Stef van der Ziel (Jet-Stream) over hun Europese Vimeo-alternatief
17 DSR
Abonneer je nu op onze nieuwsbrief!
18 Analyse
Zwitserland zegt ‘nein’ tegen AWS
19 Essay
Brenno de Winter over kattige soevereiniteit
20 Vooruitblik
Digitale keuzes worden concreet
21 Planning
Dit doet DSR eind 2026 en in 2027