Weg uit de cloud?

Waarom de serverkast terug is

De verkoop van serverkasten stijgt opvallend hard. Volgens cijfers van ITchannelPRO nam de verkoop bij leverancier DSIT in het tweede kwartaal met 19 procent toe en lag de groei in juni zelfs op 47 procent. Ongeveer 95 procent van de afnemers bestaat uit zakelijke klanten. Dat is op zichzelf geen bewijs dat bedrijven massaal workloads uit de public cloud halen. Maar het is wel een opvallend signaal.

TEKST: Sander Hulsman & Rashid Niamat BEELD: ENVATO

Want terwijl de cloudmarkt blijft groeien, investeren organisaties opnieuw in fysieke infrastructuur. Is de beweging richting de cloud dan toch minder onomkeerbaar dan jarenlang werd gedacht?

Cloud niet langer vanzelfsprekend

Het beeld dat ontstaat uit recent onderzoek is genuanceerder dan een simpele terugkeer naar on-premises IT. Uptime Institute onderzocht de beweging van workloads van en naar de public cloud en concludeert dat cloud repatriation wel degelijk plaatsvindt, maar dat het effect op het totale cloudgebruik beperkt is.

Bedrijven worden kritischer over welke workload waar thuishoort

De belangrijkste reden om workloads terug te halen blijkt de rekening te zijn. Van de organisaties die applicaties uit de public cloud terugbrengen, noemt een meerderheid hogere dan verwachte cloudkosten als belangrijke aanleiding. Tegelijkertijd blijven de meeste organisaties meerdere public clouds combineren met eigen datacenters.

Dat beeld wordt bevestigd door Flexera. In het State of the Cloud Report 2026 noemt 73 procent van de onderzochte organisaties een hybride cloudomgeving. Tegelijkertijd nam het aandeel cloudworkloads en clouddata dat wordt gerepatrieerd in een jaar tijd met twee procentpunt toe.

De ontwikkeling lijkt daarmee niet zozeer te zijn dat bedrijven de cloud verlaten. Ze worden kritischer over welke workload waar thuishoort.

Serverkast als symptoom

Daarmee krijgt die stijging van de verkoop van serverkasten een andere betekenis. Een fysieke serverruimte kan tegenwoordig onderdeel zijn van een hybride omgeving, een private cloud, een lokale AI-infrastructuur of een specifieke workload die om performance, beveiliging of datacontrole vraagt.

IDC ziet eveneens een aanzienlijke beweging van workloads terug richting dedicated IT-omgevingen. In onderzoek onder 2.250 IT-professionals verwachtte 81 procent enige vorm van repatriation van computing resources en 83 procent van storage resources. Tegelijkertijd is volledige repatriation relatief zeldzaam.

Het gaat dus niet om een massale vlucht uit de cloud, maar om het opnieuw beoordelen van de optimale plek voor een workload. Dat is een wezenlijke verandering ten opzichte van de eerste grote cloudgolf. Toen draaide het meer om de vraag of we het naar de cloud konden brengen. Inmiddels is steeds vaker de vraag wat het oplevert als we het naar de cloud brengen of waar we het beter kunnen draaien.

Datacentermarkt explodeert

En daarmee komen we bij de paradox. Want als bedrijven daadwerkelijk massaal uit de cloud zouden stappen, zou je een krimpende vraag naar datacenters verwachten. Het tegenovergestelde gebeurt. Volgens CBRE kan de Europese datacentermarkt eind 2026 een totale capaciteit van ongeveer 13 GW bereiken. Vooral AI zorgt voor een enorme extra vraag. In de eerste helft van 2026 werd volgens CBRE 420 MW aan datacentercapaciteit verkocht aan zogenoemde neocloudproviders, tegenover 89 MW in dezelfde periode een jaar eerder.

De manier verandert waarop infrastructuur wordt ingezet

Ook hyperscalers blijven fors investeren in eigen datacenters. De hyperscale self-build-capaciteit in Europa zou eind 2026 ongeveer 4,3 GW bedragen, 22 procent meer dan een jaar eerder. De conclusie kan dus niet zijn dat bedrijven ‘uit de cloud’ gaan. Er wordt juist méér infrastructuur gebouwd. Alleen verandert de manier waarop die infrastructuur wordt ingezet.

Van cloud-first naar workload-first

Dat is misschien wel de belangrijkste ontwikkeling. De discussie verschuift van een keuze tussen cloud en on-premises naar een veel complexere afweging. Kosten spelen een rol, maar ook security, privacy, compliance, performance, latency, datalokatie en de behoefte aan controle. Voor sommige workloads is de public cloud logisch. Voor andere kan een private omgeving of eigen infrastructuur aantrekkelijker zijn.

Daar komt de discussie over digitale soevereiniteit nog bij. Europese organisaties kijken nadrukkelijker naar de vraag wie uiteindelijk controle heeft over hun data en infrastructuur. IDC constateert tegelijkertijd dat een volledige Europese ‘techxit’ niet aan de orde is: slechts 4 procent van de Europese organisaties zegt van plan te zijn te stoppen met cloudservices van mondiale public-cloudproviders. De dominante ontwikkeling is volgens IDC juist een combinatie van mondiale technologie en lokale controle.

Comeback van serverkast

De stijgende verkoop van serverkasten is daarmee vooral interessant als symptoom van een bredere verandering. Niet omdat de cloud verdwijnt, maar omdat ‘alles naar de cloud’ steeds minder een afdoende IT-strategie is.

Weg van de vanzelfsprekendheid van de cloud

De cloud blijft groeien. AI jaagt de vraag naar datacentercapaciteit verder aan. Hyperscalers bouwen nieuwe infrastructuur en neoclouds leggen enorme hoeveelheden capaciteit vast. Tegelijkertijd halen organisaties bepaalde workloads terug, bouwen ze private infrastructuur en kijken ze kritischer naar de kosten en risico’s van hun cloudomgeving.

Misschien is ‘weg uit de cloud’ daarom niet helemaal de juiste omschrijving. Het is eerder: weg van de vanzelfsprekendheid van de cloud. En precies daarom kan die ouderwetse serverkast zomaar weer interessant worden.

VORIGE

MENU

VOLGENDE