Vooruitblik

digitale keuzes worden concreet

Digitale soevereiniteit klinkt abstract, maar de vragen erachter zijn heel praktisch. Wat gebeurt er als een leverancier wegvalt? Wie kan bij onze gegevens? En kunnen we overstappen als de omstandigheden veranderen? In Nederland worden die vragen steeds vaker gesteld.

TEKST: SANDER HULSMAN BEELD: ENVATO

De rijksoverheid scherpt haar cloudbeleid aan, de Belastingdienst wil minder afhankelijk worden en de Europese digitale-identiteitswallets moeten hun weg vinden naar burgers, bedrijven en publieke diensten. Tegelijk groeit de vraag naar rekenkracht, terwijl energie en netcapaciteit grenzen stellen.

De komende maanden draaien daarom om uitvoering. Beleidsambities moeten leiden tot keuzes over technologie, inkoop, infrastructuur en dagelijks gebruik. Vier onderwerpen laten zien waar de markt naartoe beweegt.

Keuzevrijheid: weten waar de uitgangen zitten

Een digitale omgeving bestaat zelden uit één leverancier of één systeem. Organisaties werken met cloudplatforms, software, data en AI-diensten die op elkaar aansluiten. Dat is makkelijk en snel, maar het vergroot ook de afhankelijkheid. Het gaat dus niet alleen om de vraag welke technologie het beste werkt. Net zo belangrijk is hoeveel ruimte een organisatie houdt om later een andere keuze te maken.

Die discussie is al terug te zien in het rijksbeleid. Bij publieke clouddiensten moeten organisaties rekening houden met geopolitieke risico’s en met afhankelijkheid van één leverancier. Een cloudstrategie en een exitplan zijn daarmee praktische hulpmiddelen geworden. Ze beantwoorden drie vragen: waarom is voor deze dienst gekozen, welke risico’s zitten daaraan vast en hoe gaat de organisatie verder als de situatie verandert? Ook de afspraken van de rijksoverheid met het Europese cloudplatform Stackit laten zien hoe overheden alternatieven proberen op te bouwen en afspraken vastleggen over data, toezicht en beëindiging.

In 2027 gaat het gesprek verder van intentie naar ontwerp en dagelijks beheer. Waar zitten de afhankelijkheden? Welke standaarden maken uitwisseling mogelijk? Hoe neem je data en applicaties mee naar een andere leverancier? En wat betekenen AI-platforms hiervoor? Ze kunnen nieuwe diensten bieden, maar brengen ook extra koppelingen en afhankelijkheden met zich mee. Keuzevrijheid wil niet zeggen dat elke organisatie alles zelf moet bouwen. Wel moet ze weten welke opties er zijn en de ruimte houden om bij te sturen.

Techniek en regelgeving zijn maar een deel van de opgave. De wallet moet veilig en eenvoudig werken

Digitale identiteit: van wallet naar vertrouwen

De Europese digitale-identiteitswallet komt in een nieuwe fase. EU-lidstaten moeten uiterlijk eind 2026 minstens één wallet beschikbaar stellen. In 2027 wordt dan zichtbaar hoe die wallets aansluiten op publieke en private diensten, en of mensen ze ook echt willen gebruiken. Met de wallet kunnen mensen hun identiteit en gegevens digitaal delen, terwijl ze zelf bepalen welke informatie ze geven.

Techniek en regelgeving zijn maar een deel van de opgave. De wallet moet veilig en eenvoudig werken, voor verschillende groepen bruikbaar zijn en aansluiten op diensten die mensen nodig hebben. Dienstverleners moeten bepalen hoe ze de wallet inpassen, welke gegevens ze echt nodig hebben en hoe ze misbruik en fraude voorkomen. Voor burgers draait het om vertrouwen. Wat gebeurt er met mijn gegevens? Kan ik zien wat ik heb gedeeld? En kan ik ook zonder wallet terecht?

Of de wallet slaagt, hangt dus niet alleen af van de beschikbaarheid van de app. Er zijn toepassingen nodig die mensen herkennen, goede privacybescherming en een gebruikservaring die duidelijk is. Pas als mensen en organisaties er in de praktijk op kunnen rekenen, wordt digitale identiteit echt infrastructuur.

Hoe verdelen we de schaarse netcapaciteit? Welke rol spelen datacenters in het energiesysteem?

Digitale groei: de economie heeft ook fysieke ruimte nodig

De digitale economie groeit niet alleen in software. Achter clouddiensten, AI en online platforms staan datacenters, netwerkverbindingen, energievoorziening en netcapaciteit. Vooral de vraag naar AI-rekenkracht zet die infrastructuur onder druk. Volgens de Nederlandse datacentersector

bepalen stroomvoorziening, netcongestie en vergunningen steeds vaker hoe ver groei kan gaan. Tegelijk kunnen datacenters mogelijk bijdragen aan een stabieler energiesysteem door flexibel te zijn, bijvoorbeeld met opslag en het verschuiven van werklasten.

De opgave bestaat dus uit twee delen: genoeg capaciteit realiseren en zorgen dat die past binnen de beschikbare ruimte, energie en verbindingen. AI drijft de vraag sterk aan, maar is niet de enige oorzaak. Ook cloud, publieke dienstverlening en andere digitale toepassingen hebben betrouwbare infrastructuur nodig.

In 2027 gaat de discussie over digitale groei daarom steeds vaker over keuzes die buiten de serverruimte beginnen. Waar kan worden uitgebreid? Hoe verdelen we de schaarse netcapaciteit? Welke rol kunnen datacenters in het energiesysteem spelen? En hoe wegen we economische groei af tegen de gevolgen voor de omgeving en het energieverbruik? Digitale infrastructuur is niet langer een vanzelfsprekende voorziening op de achtergrond, maar een onderwerp van economische en maatschappelijke afweging.

AI-soevereiniteit wil niet zeggen dat elke organisatie een eigen model of datacenter nodig heeft

AI-soevereiniteit: grip op de hele keten

AI maakt de vraag naar digitale regie urgenter. Organisaties willen AI gebruiken om productiever en innovatiever te werken, maar moeten ook weten welke modellen ze inzetten, met welke data die werken en op welke infrastructuur ze draaien. Afhankelijkheid kan op verschillende plekken ontstaan: bij een model, een cloudplatform, gespecialiseerde rekenkracht of de koppelingen tussen systemen.

Ook de Europese regels moeten in de praktijk worden gebracht. De AI Act is sinds 2 augustus 2026 van toepassing, al gelden voor sommige categorieën langere overgangstermijnen. AI-governance is voor organisaties dus geen zaak voor later. Ze moeten overzicht krijgen van hun toepassingen, verantwoordelijkheden en risico’s, en bepalen welke afspraken ze met leveranciers nodig hebben.

AI-soevereiniteit wil niet zeggen dat elke organisatie een eigen model of datacenter nodig heeft. Het gaat om zeggenschap en ruimte om te handelen. Je moet dus begrijpen welke onderdelen cruciaal zijn, weten waar data en modellen naartoe gaan en kunnen beoordelen of een andere aanpak nodig is. Daar horen ook vragen bij over Europese capaciteit en over de mogelijkheid om later bij te sturen. De Nederlandse internationale AI-strategie benadrukt dat AI inmiddels raakt aan economische belangen, veiligheid en internationale verhoudingen.

Welke alternatieven zijn er? Wie kan een dienst gebruiken en vertrouwen? Waar is ruimte voor digitale groei?

16 december: keuzes voor bestuurders

De vier thema’s komen samen in één bestuurlijke vraag: welke afhankelijkheden zijn aanvaardbaar, welke risico’s vragen om actie en waar moet de organisatie zelf de regie nemen? Daarover praten we tijdens de laatste DSR Round Table van 2026, op 16 december. Het thema is: ‘Welke strategische keuzes moeten bestuurders nu maken?’ We kijken terug op 2026 en formuleren actiepunten voor 2027. Er is nog een enkele plek vrij.

Zo’n vooruitblik is nodig, omdat de onderwerpen met elkaar samenhangen. Een keuze voor een AI-dienst raakt aan cloud en rekenkracht. Een digitale-identiteitswallet stelt eisen aan vertrouwen, privacy en aansluiting. Groei vraagt om energie en verbindingen. En weerbaarheid hangt mede af van de vraag of een organisatie kan blijven doorwerken als technologie, leverancier of omstandigheden veranderen.

De komende maanden worden de grote woorden dus vaker getoetst aan praktische vragen. Welke alternatieven zijn er? Wie kan een dienst gebruiken en vertrouwen? Waar is ruimte voor digitale groei? En wie houdt de regie over AI? De antwoorden verschillen per organisatie, maar het wordt steeds duidelijker dat het nu tijd is om ze te zoeken.

VORIGE

MENU

VOLGENDE